Normen & Cetificeringen

ISO 17662

Lassen binnen de metaalbewerking is in hoge mate afhankelijk van de betrouwbaarheid van apparatuur. Wat op het eerste gezicht een praktische handeling lijkt, blijkt in werkelijkheid een proces te zijn waarin instellingen, herhaalbaarheid en meetnauwkeurigheid een directe invloed hebben op de kwaliteit van de lasverbinding. ISO 17662 is ontwikkeld om dit spanningsveld tussen praktijk en aantoonbare beheersing te overbruggen. De norm richt zich op het kalibreren en verifiëren van lasapparatuur en maakt inzichtelijk hoe zeker kan worden gesteld dat ingestelde lasparameters overeenkomen met de werkelijke waarden tijdens het lassen.

Direct naar...

ISO 17662 – Kalibratie van lasapparatuur

ISO 17662 beschrijft hoe lasapparatuur gecontroleerd moet worden om te waarborgen dat stroom, spanning en andere relevante parameters betrouwbaar zijn. De norm is bedoeld voor situaties waarin de kwaliteit van het laswerk niet alleen moet worden gerealiseerd, maar ook aantoonbaar beheerst moet zijn. Dit is met name relevant binnen constructief laswerk, machinebouw en maatwerkconstructies waarbij eisen uit normen zoals EN ISO 3834 en EN 1090 van toepassing zijn.

Binnen deze context wordt lasapparatuur niet gezien als een generiek hulpmiddel, maar als een procesmiddel dat invloed heeft op warmte-inbreng, inbranding en lasvorm. ISO 17662 biedt geen nieuwe laseisen, maar geeft een kader om vast te stellen of de gebruikte apparatuur geschikt is om de vereiste kwaliteit te kunnen leveren.

Waarom dit relevant is binnen de metaalbewerking

In de metaalbewerking wordt veel gewerkt met vastgelegde lasprocedures. Deze procedures zijn gebaseerd op gekwalificeerde instellingen die tijdens WPQR’s zijn beproefd. Wanneer de lasapparatuur andere waarden levert dan wat is ingesteld of weergegeven, ontstaat een afwijking tussen procedure en uitvoering. Dit kan leiden tot variatie in lasresultaat zonder dat dit direct zichtbaar is.

ISO 17662 maakt het mogelijk om deze onzekerheid te beperken. Door lasapparatuur periodiek te controleren, ontstaat vertrouwen in de reproduceerbaarheid van het lasproces. Dit is niet alleen van belang voor normconformiteit, maar ook voor het beheersen van faalkosten en het voorkomen van verborgen kwaliteitsproblemen.

Technische betekenis van kalibratie en verificatie

Een belangrijk uitgangspunt van ISO 17662 is het onderscheid tussen kalibratie en verificatie. Kalibratie houdt in dat meetwaarden van lasapparatuur worden vergeleken met een herleidbare referentie. Hierbij wordt vastgesteld hoe groot de afwijking is en of deze binnen vooraf bepaalde toleranties valt. Verificatie is gericht op het controleren of apparatuur nog functioneert zoals verwacht, zonder dat altijd een volledige herleidbare meting nodig is.

Binnen de praktijk betekent dit dat niet elke controle een volledige kalibratie hoeft te zijn. ISO 17662 laat ruimte om op basis van risico en toepassing te bepalen welke vorm van controle passend is. Voor kritisch laswerk kan kalibratie noodzakelijk zijn, terwijl bij minder kritische toepassingen verificatie voldoende kan zijn om procesbeheersing te borgen.

Relatie met lassen en lasprocessen

Lasprocessen zoals TIG lassen en MIG MAG lassen reageren gevoelig op variaties in stroom en spanning. Kleine afwijkingen kunnen al invloed hebben op het smeltbad, de warmte-inbreng en het uiterlijk van de las. ISO 17662 sluit hierop aan door te benadrukken dat gemeten waarden leidend zijn, niet de ingestelde of weergegeven waarden op de machine.

Bij moderne lasstroombronnen worden instellingen elektronisch geregeld. Door veroudering, intensief gebruik of interne afwijkingen kan de relatie tussen instelling en werkelijk geleverde waarde veranderen. De norm erkent dit en beschrijft hoe externe meetmiddelen kunnen worden ingezet om deze relatie inzichtelijk te maken.

Praktische toepassing in de werkplaats

In de dagelijkse praktijk wordt ISO 17662 toegepast door lasapparatuur periodiek te controleren met geschikte meetmiddelen. Dit kan plaatsvinden tijdens onderhoud, bij ingebruikname van nieuwe apparatuur of wanneer afwijkingen in lasresultaat worden waargenomen. De norm schrijft niet exact voor hoe vaak dit moet gebeuren, maar vraagt om een onderbouwde aanpak.

Factoren zoals gebruiksduur, intensiteit van lasactiviteiten en de kritikaliteit van het werk spelen hierbij een rol. Voor constructief werk binnen EN 1090 of bij toepassing van gekwalificeerde lasprocedures is een structurele aanpak gebruikelijk. De resultaten van controles worden vastgelegd zodat aantoonbaar is dat het lasproces onder beheersing staat.

Technische aandachtspunten en randvoorwaarden

Bij het toepassen van ISO 17662 zijn er verschillende aandachtspunten die invloed hebben op de waarde van kalibratie en verificatie. De meetmiddelen die worden gebruikt moeten zelf betrouwbaar zijn en geschikt voor het betreffende lasproces. Daarnaast moeten toleranties vooraf zijn vastgesteld, zodat duidelijk is wanneer sprake is van een acceptabele afwijking.

Een ander aandachtspunt is de interpretatie van meetresultaten. Een afwijking betekent niet automatisch dat een lasapparaat ongeschikt is, maar wel dat beoordeeld moet worden wat de invloed is op het lasproces. Deze beoordeling vraagt om kennis van lassen, materiaalgedrag en normatieve eisen.

Samenhang met andere lasnormen

ISO 17662 functioneert als ondersteunende norm binnen het bredere kader van lasnormering. Zij geeft praktische invulling aan eisen uit EN ISO 3834 met betrekking tot uitrusting en procesbeheersing. Ook heeft zij een duidelijke relatie met normen uit de ISO 156xx reeks, waarin lasprocedures en kwalificaties zijn vastgelegd.

Daarnaast raakt de norm aan de verantwoordelijkheden van de lascoördinator zoals beschreven in ISO 14731. Deze functionaris bepaalt in hoeverre kalibratie en verificatie nodig zijn om te voldoen aan kwaliteitseisen en contractuele afspraken. ISO 17662 biedt hierbij geen vaste regels, maar een technisch fundament voor weloverwogen keuzes.

Samenvattende afronding

ISO 17662 maakt zichtbaar dat de kwaliteit van laswerk niet alleen afhangt van vakmanschap, maar ook van de betrouwbaarheid van de gebruikte apparatuur. Door aandacht te besteden aan kalibratie en verificatie van lasapparatuur wordt het lasproces beter beheersbaar en beter onderbouwd. De norm sluit aan bij de realiteit van moderne metaalbewerking waarin aantoonbaarheid, reproduceerbaarheid en technische correctheid steeds belangrijker worden, zonder het lassen te reduceren tot een puur administratief proces.