Normen & Cetificeringen

ISO 5173

Binnen de metaalbewerking wordt de kwaliteit van een lasverbinding niet alleen bepaald door uiterlijke kenmerken of nominale sterktewaarden. In de praktijk moet een las in staat zijn om vervormingen op te nemen zonder vroegtijdig te scheuren. Juist dat vervormingsgedrag zegt veel over de betrouwbaarheid van een constructie onder reële belasting. ISO 5173 speelt hierin een centrale rol doordat deze norm een gestandaardiseerde methode beschrijft om gelaste verbindingen destructief te beproeven op buigbaarheid en integriteit.

Direct naar...

ISO 5173 – Buigproef van lassen

Waarom deze norm relevant is binnen de metaalbewerking

Lasverbindingen functioneren zelden onder ideale, zuiver axiale belasting. Montagefouten, restspanningen, thermische uitzetting en wisselende krachten zorgen voor complexe spanningsbeelden waarin buiging een belangrijke rol speelt. ISO 5173 richt zich precies op dit aspect door te beoordelen of een lasverbinding plastische vervorming kan ondergaan zonder dat er scheurvorming optreedt in het lasmetaal, de overgangszone of het basismateriaal.

Voor constructies in machinebouw, staalconstructies en maatwerkoplossingen betekent dit dat niet alleen de theoretische sterkte telt, maar vooral het gedrag van de las onder lokale rek. De buigproef maakt zichtbaar of een las voldoende tolerant is voor vervorming en daarmee geschikt voor toepassingen waarin veiligheid en levensduur kritisch zijn.

Technische betekenis en werking van de buigproef

De buigproef volgens ISO 5173 is een destructieve beproevingsmethode waarbij een proefstuk uit een gelaste verbinding gecontroleerd wordt vervormd. Het proefstuk wordt zodanig belast dat de buitenste vezel maximaal op rek wordt belast. Hierdoor wordt de las als geheel beproefd, inclusief lasmetaal, warmte-beïnvloede zone en aangrenzend basismateriaal.

In tegenstelling tot een trekproef, die vooral globale sterkte en rekwaarden oplevert, richt de buigproef zich op lokaal vervormingsgedrag. Onvolkomenheden zoals bindingsfouten, insluitsels of ongunstige microstructuren worden tijdens het buigen sneller kritisch. Scheuren die ontstaan tijdens de proef geven directe informatie over de kwaliteit van de las en de invloed van het toegepaste lasproces.

De norm beschrijft verschillende proefvarianten, waaronder buigproeven waarbij de lasrups of juist de laswortel aan de trekzijde wordt belast. Deze keuze is niet willekeurig, maar afgestemd op het type lasverbinding en het aspect van de las dat beoordeeld moet worden. Ook 3 punts buigproeven worden toegepast, waarbij de belasting geconcentreerd wordt aangebracht om lokale zwaktes te activeren.

Relatie met lassen en lasprocessen

ISO 5173 is nauw verbonden met de beoordeling van lasprocessen en procesparameters. Warmte-inbreng, lassnelheid, toevoegmateriaal en voorverwarming beïnvloeden de microstructuur van zowel het lasmetaal als de warmte-beïnvloede zone. Deze microstructurele veranderingen bepalen in hoge mate hoe een las zich gedraagt onder buiging.

Lasprocessen met een hoge warmte-inbreng kunnen bijvoorbeeld leiden tot grovere korrelstructuren en verminderde vervormbaarheid. Dit hoeft niet altijd zichtbaar te zijn in een trekproef, maar komt bij een buigproef vaak direct aan het licht. Omgekeerd kan een te lage warmte-inbreng resulteren in onvoldoende versmelting, wat eveneens tijdens het buigen tot scheurvorming leidt.

Daarom wordt de buigproef volgens ISO 5173 veel gebruikt bij het kwalificeren van lasprocedures en het beoordelen van lassers. De proef geeft inzicht in de praktische toepasbaarheid van een las onder realistische vervormingscondities.

Praktische toepassing in kwalificatie en controle

In de praktijk wordt ISO 5173 toegepast als onderdeel van lasprocedurekwalificaties en lasserkwalificaties. Hierbij dient de buigproef als bewijs dat een lasverbinding niet alleen aan minimale sterkte-eisen voldoet, maar ook voldoende vervormbaar is. Dit is vooral relevant bij constructies die tijdens gebruik worden blootgesteld aan wisselende of multi axiale belasting.

Ook binnen kwaliteitscontrole speelt de norm een belangrijke rol. Door gestandaardiseerde proefstukken en acceptatiecriteria toe te passen, zijn resultaten reproduceerbaar en vergelijkbaar. Dit maakt het mogelijk om lasverbindingen objectief te beoordelen, zowel intern als in het kader van externe audits of certificeringstrajecten.

Laboratoria die buigproeven uitvoeren volgens ISO 5173 werken vaak onder een kwaliteitssysteem conform ISO 17025. Hierdoor wordt de betrouwbaarheid van meetresultaten gewaarborgd en ontstaat een solide basis voor technische besluitvorming.

Technische aandachtspunten en beperkingen

Hoewel de buigproef waardevolle informatie oplevert, is het geen allesomvattende test. De proef richt zich primair op vervormbaarheid en scheurgevoeligheid onder buigbelasting. Andere eigenschappen, zoals treksterkte, slagvastheid of vermoeiingsgedrag, vereisen aanvullende beproevingen.

Interpretatie van de resultaten vraagt daarom om technisch inzicht. Een gescheurd proefstuk betekent niet automatisch dat een las ongeschikt is voor elke toepassing, maar wel dat de las onder de geteste omstandigheden onvoldoende vervormbaar is. Factoren zoals materiaalsoort, plaatdikte en toepassingsgebied moeten altijd worden meegewogen.

Daarnaast is een correcte proefvoorbereiding essentieel. Onjuiste proefstukafmetingen of een ongeschikte proefopstelling kunnen leiden tot misleidende resultaten. ISO 5173 geeft hiervoor duidelijke richtlijnen, maar de juiste toepassing blijft afhankelijk van vakkennis en ervaring.

Relatie met andere mechanische beproevingen

ISO 5173 staat niet los van andere normen en beproevingsmethoden. In combinatie met trekproeven, hardheidsmetingen en slagproeven ontstaat een completer beeld van het mechanisch gedrag van een lasverbinding. Hardheidsmetingen kunnen bijvoorbeeld wijzen op verhoogde brosheid, terwijl de buigproef laat zien of deze brosheid daadwerkelijk leidt tot scheurvorming bij vervorming.

Binnen lasprocedurekwalificatie vormt de buigproef daarmee een schakel tussen materiaalkundige analyse en praktische belastbaarheid. De norm draagt bij aan een onderbouwde beoordeling van lasverbindingen in situaties waarin betrouwbaarheid en veiligheid centraal staan.

Samenvattende afronding

ISO 5173 biedt een technisch robuuste methode om de vervormbaarheid en integriteit van gelaste verbindingen te beoordelen. Door het lasmetaal en de warmte-beïnvloede zone onder gecontroleerde buigbelasting te testen, wordt inzicht verkregen in eigenschappen die in de praktijk bepalend zijn voor de betrouwbaarheid van constructies. De norm verbindt lasproces, materiaalgedrag en kwaliteitsbeoordeling op een manier die aansluit bij de eisen van moderne metaalbewerking en constructieve toepassingen.