Normen & Cetificeringen
ISO 5178
De mechanische betrouwbaarheid van een gelaste constructie wordt niet alleen bepaald door het gekozen materiaal of het toegepaste lasproces, maar vooral door het gedrag van de lasverbinding als geheel. In de praktijk betekent dit dat lasmetaal, warmte beïnvloede zone en basismateriaal samen moeten functioneren onder belasting. De trekproef volgens ISO 5178 is ontwikkeld om dat samengestelde gedrag inzichtelijk te maken en meetbaar te onderbouwen binnen de metaalbewerking.
Direct naar...
ISO 5178 – Trekproef voor lassen
Binnen de metaalbewerking beschrijft ISO 5178 hoe trekproeven op gelaste verbindingen moeten worden uitgevoerd om representatieve en vergelijkbare resultaten te verkrijgen. De norm richt zich expliciet op proefstukken waarin de las integraal onderdeel is van de beproeving. Daarmee verschilt zij fundamenteel van algemene trekproeven op basismateriaal, waarbij de invloed van het lasproces buiten beschouwing blijft.
Het uitgangspunt van ISO 5178 is dat een lasverbinding onder trekbelasting hetzelfde functionele gedrag moet vertonen als het omliggende materiaal. Wanneer dat niet het geval is, zal de trekproef dit zichtbaar maken door voortijdige breuk, beperkte rek of afwijkende insnoering ter plaatse van de las of de warmte beïnvloede zone.
Waarom trekproeven op lassen relevant zijn voor metaalconstructies
In gelaste constructies ontstaan lokale spanningsconcentraties die niet altijd zichtbaar zijn met visuele inspectie of niet destructief onderzoek. Onder trekbelasting worden deze spanningen kritisch, vooral bij constructies die statisch zwaar belast worden of waarbij vervorming een rol speelt in de functionele veiligheid.
De trekproef maakt duidelijk of een las voldoende sterkte en vervormingscapaciteit heeft om deze belastingen op te nemen. Wanneer een las te bros is of onvoldoende rek toelaat, kan dit leiden tot plotseling falen zonder waarschuwing. ISO 5178 helpt om dit risico te beheersen door objectieve mechanische gegevens te leveren die direct relateerbaar zijn aan de praktijk.
Technische werking van de trekproef volgens ISO 5178
Bij een trekproef volgens ISO 5178 wordt een proefstuk uit een gelaste verbinding genomen waarbij de las zich op een voorgeschreven positie in het meetgedeelte bevindt. Tijdens de proef wordt het proefstuk axiaal belast totdat breuk optreedt. Gedurende deze belasting worden spanning en rek geregistreerd.
De resultaten leveren inzicht in parameters zoals treksterkte, rekgrens, rek na breuk en insnoering. Daarnaast is de locatie van de breuk van groot belang. Een breuk in het basismateriaal kan erop wijzen dat de las mechanisch gelijkwaardig is. Een breuk in het lasmetaal of de warmte beïnvloede zone kan duiden op een zwakke schakel in het lasproces of de materiaalovergang.
De norm schrijft nauwkeurig voor hoe het proefstuk wordt voorbereid, zodat variaties in geometrie of positionering geen invloed hebben op de meetresultaten. Hierdoor zijn uitkomsten reproduceerbaar en onderling vergelijkbaar.
Relatie met lasprocessen en materiaalgedrag
Het resultaat van een trekproef wordt sterk beïnvloed door het toegepaste lasproces en de bijbehorende warmte-inbreng. Processen met een hoge warmte-inbreng kunnen leiden tot grovere microstructuren in de warmte beïnvloede zone, wat de rek en taaiheid negatief kan beïnvloeden. Lage warmte-inbreng kan juist leiden tot hogere sterkte, maar ook tot verhoogde brosheid wanneer de las onvoldoende nabehandeld is.
ISO 5178 maakt deze effecten zichtbaar doordat het proefstuk het volledige overgangsgebied tussen las en basismateriaal omvat. Hierdoor ontstaat een realistisch beeld van het materiaalgedrag onder belasting, inclusief elasticiteitsmodulus, rekgrens en breukgedrag.
Praktische toepassing binnen lasprocedurekwalificatie
Binnen lasprocedurekwalificatie speelt ISO 5178 een centrale rol. Trekproeven worden ingezet om aan te tonen dat een lasprocedure leidt tot verbindingen met voldoende mechanische eigenschappen. De resultaten vormen een essentieel onderdeel van de beoordeling of een lasprocedure geschikt is voor productie.
De norm zorgt ervoor dat deze beoordeling niet subjectief is, maar gebaseerd op meetbare eigenschappen. Dit is vooral relevant wanneer gelaste constructies worden toegepast in omgevingen waar veiligheid, duurzaamheid en levensduur kritisch zijn.
Technische aandachtspunten en randvoorwaarden
Bij de interpretatie van trekproefresultaten is context essentieel. Een hoge treksterkte alleen is niet voldoende wanneer de rek na breuk beperkt is. Voor constructies die vervorming moeten kunnen opnemen, is juist de combinatie van sterkte en ductiliteit bepalend.
Ook moet rekening worden gehouden met het basismateriaal en de normatieve eisen die daarvoor gelden. ISO 5178 sluit inhoudelijk aan op algemene trekproefnormen zoals EN ISO 6892-1, maar vult deze aan door de focus op gelaste verbindingen. Het is daarom belangrijk om resultaten altijd te beoordelen binnen het volledige normatieve kader van het project.
Samenhang met andere lasnormen en inspectiemethoden
ISO 5178 staat niet op zichzelf binnen het domein van lassen en kwaliteitsborging. Trekproeven vormen een aanvulling op niet destructieve onderzoeksmethoden, die vooral indicatief zijn voor interne of oppervlakkige onvolkomenheden. Waar NDT-methoden aanwijzingen geven, levert de trekproef harde data over de daadwerkelijke mechanische prestaties.
Daarnaast sluit de norm aan bij andere lasgerelateerde normen die eisen stellen aan procedurekwalificatie, materiaalkeuze en inspectie. Samen vormen deze normen een samenhangend systeem waarin laskwaliteit aantoonbaar en reproduceerbaar wordt geborgd.
Inhoudelijke afronding
ISO 5178 biedt een technisch onderbouwde methode om het gedrag van gelaste verbindingen onder trekbelasting te beoordelen. Door lasmetaal, warmte beïnvloede zone en basismateriaal als één geheel te beproeven, geeft de norm inzicht in sterkte, vervorming en breukgedrag die direct relevant zijn voor constructieve betrouwbaarheid. Binnen de metaalbewerking vormt zij daarmee een belangrijk instrument om lasprocessen, materiaalgedrag en kwaliteitsborging met elkaar te verbinden op basis van meetbare en reproduceerbare gegevens.