1.4401 / RVS316 / X5CrNiMo17-12-2

Zeewaterbestendig roestvast staal AISI 316, in bevestigingsmateriaal bekend als A4: op maat gesneden, gezet en gelast

RVS 316 plaat 1.4401 met 2B walsfinish en scherpe snijkant

1.4401 (X5CrNiMo17-12-2, AISI 316) is austenitisch roestvast staal met 2 tot 2,5 procent molybdeen toegevoegd, en juist dat molybdeen maakt het bestand tegen chloride. Waar RVS 304 in zeewater, pekel of zwembadlucht putcorrosie krijgt, houdt 1.4401 het uit: de PREN ligt rond 24 tegenover 18 voor 304. Verder gedraagt het zich vrijwel identiek aan 304, met een treksterkte van 500 tot 700 MPa, een rek bij breuk van minimaal 40 procent en dezelfde uitstekende lasbaarheid. In zacht gegloeide toestand is het niet magnetisch, en op bouten en schroeven komt u het tegen als A4. Van Hengstum Metaal bewerkt 1.4401 volledig in-house in Soest.

MateriaaleigenschappenEN 10088-2 en EN 10088-3, aanduiding X5CrNiMo17-12-2
Werkstofnummer1.4401
EN-aanduidingX5CrNiMo17-12-2
AISI / UNSAISI 316 / UNS S31600
BoutaanduidingA4
Chroom (Cr)16,5 tot 18,5 %
Nikkel (Ni)10,0 tot 13,0 %
Molybdeen (Mo)2,0 tot 2,5 %
Koolstof (C)max. 0,07 %
Treksterkte (Rm)500 tot 700 MPa
Rekgrens (Rp0,2)min. 200 tot 240 MPa
Rek bij breuk (A)min. 40 %
Hardheidmax. 215 HB
PRENcirca 24
Dichtheid8,0 g/cm³
Smelttrajectcirca 1.370 tot 1.400 °C
MagnetischNee, zacht gegloeid
Wij bewerken 1.4401 / RVS316 / X5CrNiMo17-12-2 met:LasersnijdenZetwerkVerspanenLassen

Eigenschappen van RVS 1.4401 (AISI 316)

1.4401 is het roestvast staal dat u kiest zodra er chloride in het spel is. Het is in de basis hetzelfde austenitische staal als 1.4301 (RVS 304), met een chroomgehalte rond 17 procent en een nikkelgehalte van 10 tot 13 procent, maar met een toevoeging die alles verandert: 2 tot 2,5 procent molybdeen.

Wat dat molybdeen doet, is de passieve chroomoxidelaag bestand maken tegen chloride-ionen. Zonder molybdeen kunnen die ionen de laag lokaal doorbreken en ontstaat putcorrosie: kleine, diepe putjes die van buiten nauwelijks zichtbaar zijn maar zich wel doorvreten tot het materiaal lek is. Met molybdeen groeit de laag op die plek gewoon weer dicht. Datzelfde molybdeen verhoogt ook de weerstand tegen zwavelzuur, fosforzuur en veel organische zuren, wat 1.4401 tot het standaardmateriaal maakt in de chemische en farmaceutische industrie.

Voor de rest gedraagt het zich vrijwel identiek aan 304. De treksterkte ligt tussen 500 en 700 MPa, de rek bij breuk is minimaal 40 procent, het is uitstekend lasbaar en het blijft ook bij lage temperatuur taai. Het is dus geen sterker staal, het is een corrosievaster staal.

Chemische samenstelling volgens EN 10088-2

  • Chroom (Cr): 16,5 tot 18,5 %
  • Nikkel (Ni): 10,0 tot 13,0 %
  • Molybdeen (Mo): 2,0 tot 2,5 %
  • Koolstof (C): max. 0,07 %
  • Mangaan (Mn): max. 2,0 %
  • Silicium (Si): max. 1,0 %
  • Stikstof (N): max. 0,11 %
  • IJzer (Fe): rest

Werkstofnummer, AISI 316, A4 en X5CrNiMo17-12-2

Hetzelfde staal komt onder vijf namen voor en dat leidt bij het bestellen geregeld tot verwarring. 1.4401 is het werkstofnummer, het nummer op Europese materiaalcertificaten. X5CrNiMo17-12-2 is de bijbehorende naam volgens EN 10088, waarin u de samenstelling terugleest: 17 procent chroom, 12 procent nikkel, 2 procent molybdeen. AISI 316 is de Amerikaanse aanduiding, aangevuld met UNS S31600. En A4 is de aanduiding uit ISO 3506 die u op bouten, moeren, schroeven en ankers aantreft: waar A2 staat voor 304, staat A4 voor 316. Ziet u een van deze aanduidingen, dan gaat het om hetzelfde materiaal.

Nog twee die erop lijken maar het niet zijn. 1.4404 is 316L, dezelfde legering met minder koolstof. En 1.4408 is de gietvariant, GX5CrNiMo19-11-2, die u tegenkomt in pompen, kranen en fittingen; als plaat bestaat die niet.

Is RVS 316 magnetisch?

In zacht gegloeide toestand niet. De austenitische structuur van 1.4401 is niet magnetisch en een magneet blijft er niet aan hangen. Na koud vervormen verandert dat gedeeltelijk: bij zetten, knippen of dieptrekken zet een deel van de austeniet om in martensiet, en dat is wel magnetisch. Een gezette hoek of een geknipte rand kan daardoor licht magnetisch aanvoelen terwijl het midden van de plaat dat niet doet.

Dat is normaal en zegt niets over de kwaliteit. Belangrijker: u kunt 316 niet met een magneet van 304 onderscheiden. Beide zijn austenitisch, beide worden licht magnetisch na vervormen. Wie zeker wil weten wat hij in handen heeft, kijkt op het certificaat of laat een spectraalanalyse doen. Een molybdeenspot-test of een draagbare analyzer is de enige betrouwbare snelle methode.

Fysische eigenschappen

Eigenschap Waarde
Dichtheid (soortelijk gewicht) 8,0 g/cm³ oftewel 8.000 kg/m³
Elasticiteitsmodulus bij 20 °C 200 GPa
Smelttraject circa 1.370 tot 1.400 °C
Warmtegeleidingscoefficient bij 20 °C circa 15 W/m·K
Uitzettingscoefficient 20 tot 100 °C circa 16,5 µm/m·K
Soortelijke warmte bij 20 °C circa 500 J/kg·K
Soortelijke elektrische weerstand circa 0,75 Ω·mm²/m
Maximale gebruikstemperatuur, continu circa 550 °C

Let op de dichtheid: met 8,0 g/cm3 weegt een plaat 316 ongeveer anderhalf procent meer dan dezelfde plaat in 304. Voor een gewichtsberekening rekent u dus met 8,0 kg per vierkante meter per millimeter dikte, niet met 7,85 zoals bij constructiestaal.

1.4401 / RVS316 / X5CrNiMo17-12-2 op maat laten bewerken?

Stuur uw tekening of vraag en u ontvangt snel een scherpe offerte, inclusief onze gratis maakbaarheidscontrole.

RVS 304 of 316: welke heeft u nodig?

Kort antwoord: kies 316 zodra er chloride in het spel is, en 304 in alle andere gevallen. Chloride betekent in de praktijk zeewater, brak water, pekel, strooizout, zwembadlucht, veel reinigings- en desinfectiemiddelen en de meeste zoute of zure levensmiddelen. Is daar geen sprake van, dan doet 304 exact hetzelfde werk voor een lagere prijs.

Het verschil is die 2 tot 2,5 procent molybdeen en verder niets van betekenis. Uitgedrukt in het PREN-getal, de gangbare maat voor putcorrosiebestendigheid, komt 304 uit rond 18 en 316 rond 24. Als vuistregel voor waterige omgevingen bij kamertemperatuur: tot ongeveer 200 mg chloride per liter volstaat 304, tot ruwweg 1.000 mg per liter houdt 316 het uit. Daarboven, of bij hogere temperatuur, gaat u naar duplex 1.4462 met een PREN rond 35.

Nog een grens die vaak wordt vergeten: chloridespanningscorrosie. Ook 316 wordt daar boven ongeveer zestig graden gevoelig voor. Voor warm chloridehoudend proceswater is 316 dus niet automatisch veilig; dat is precies het punt waarop duplex de betere keuze wordt.

Wat kost RVS 316 ten opzichte van 304?

Doorgaans twintig tot veertig procent meer per kilo, en dat verschil zit volledig in de legering. 316 bevat ongeveer twee procent meer nikkel dan 304, en nikkel is verreweg het duurste element in beide. Daar bovenop komt circa twee procent molybdeen, dat op de wereldmarkt nog duurder is dan nikkel. De exacte marge beweegt daardoor mee met de nikkel- en molybdeennotering op de London Metal Exchange en verschilt van week tot week.

Dat maakt de materiaalkeuze ook een kostenkeuze, en hij valt twee kanten op. Voor een binnenframe, een machinekap of een niet-belaste afdekking is 316 gewoon weggegooid geld. Voor een onderdeel dat in de pekel of aan de kust hangt is 304 juist een dure vergissing, want vervangen kost een veelvoud van het prijsverschil. Weet u niet zeker aan welke kant van die grens uw toepassing valt, geef dan bij uw aanvraag door met welk medium, welke temperatuur en welk chloridegehalte u te maken hebt, dan rekenen wij het voor u door.

316 tegenover 316L en 316Ti

1.4404 (316L) is dezelfde legering met maximaal 0,03 procent koolstof in plaats van 0,07. Dat is van belang bij lassen: minder koolstof betekent minder kans op chroomcarbiden langs de korrelgrenzen en dus minder kans op interkristallijne corrosie naast de lasnaad. Bij dunne plaat en normale lasparameters speelt dat nauwelijks, bij dikke secties en meerlaags laswerk wel. Veel materiaal wordt tegenwoordig dubbelgecertificeerd geleverd als 1.4401/1.4404.

1.4571 (316Ti) lost hetzelfde probleem anders op: door titaan toe te voegen bindt de koolstof zich aan titaan in plaats van aan chroom. Dat werkt ook bij hogere temperaturen, waar 316L zijn voordeel verliest. Voor toepassingen boven ongeveer 400 graden is 316Ti daarom vaak de betere keuze.

Vergelijkingstabel roestvast staal

Eigenschap 1.4301 (304) 1.4401 (316) 1.4404 (316L) 1.4462 (duplex)
Chroom (%) 17,5 tot 19,5 16,5 tot 18,5 16,5 tot 18,5 21 tot 23
Nikkel (%) 8,0 tot 10,5 10,0 tot 13,0 10,0 tot 13,0 4,5 tot 6,5
Molybdeen (%) geen 2,0 tot 2,5 2,0 tot 2,5 2,5 tot 3,5
Koolstof (%) max. 0,07 max. 0,07 max. 0,03 max. 0,03
Treksterkte (MPa) 500 tot 700 500 tot 700 500 tot 700 640 tot 840
Rekgrens (MPa) min. 190 tot 230 min. 200 tot 240 min. 200 tot 240 min. 450
PREN circa 18 circa 24 circa 24 circa 35
Chloridebestendig Beperkt Goed Goed Zeer goed
Bij dik laswerk Let op carbiden Let op carbiden Geen probleem Let op sigma-fase
Boutaanduiding A2 A4 A4 geen
Relatieve materiaalprijs Basis 20 tot 40% hoger Iets boven 316 Duidelijk hoger
Gratis controle
& advies

In-house glasparelen, poedercoaten en stralen.

Alle metaalsoorten beschikbaar

RVS 1.4401 bewerken

Lasersnijden

1.4401 laat zich uitstekend lasersnijden. Er wordt met stikstof als snijgas gewerkt in plaats van zuurstof, zodat de snede blank blijft en niet oxideert: de kant komt schoon en zilverkleurig uit de machine en hoeft niet te worden nabewerkt. Dat scheelt een bewerkingsstap ten opzichte van constructiestaal. De snijsnelheid ligt bij 316 iets lager dan bij 304, omdat het materiaal wat taaier is en de warmte trager afvoert. Snijwerk gaat bij ons standaard binnen 72 uur de deur uit.

Zetten

Met een rek bij breuk van minimaal 40 procent is 1.4401 goed vervormbaar, en bij zetwerk in RVS gelden dezelfde drie aandachtspunten als bij 304. De terugvering is groter dan bij staal, dus er moet verder worden doorgezet. De minimale binnenradius ligt hoger, in de praktijk ongeveer een keer de plaatdikte. En het materiaal werkt koud uit, dus in de zetnaad stijgt de hardheid en kan het licht magnetisch worden. Wij houden voor de uitslagberekening een K-factor rond 0,45 aan. Een beschermfolie op de zichtzijde voorkomt afdrukken van het gereedschap.

Lassen

1.4401 is met TIG, MIG en weerstandlassen goed te lassen. De standaard toevoeging is 316L, oftewel 1.4430, en die keuze geldt ook wanneer u 304 op 316 last: dan neemt u de hoogst gelegeerde van de twee, dus 316L, zodat de las niet de zwakste schakel in de corrosieketen wordt.

Let op de warmte-inbreng. Door de lage warmtegeleiding en de hoge uitzettingscoefficient vervormt RVS sterker dan staal, dus opspannen, hechten in een doordachte volgorde en de tussenlaagtemperatuur bewaken. Blijft het materiaal te lang tussen ongeveer 450 en 850 graden, dan kan er chroomcarbide uitscheiden en verliest de zone naast de las corrosieweerstand. Bij dikke secties is 316L daarom de veiliger keuze. Na het lassen verdient de aanloopkleur aandacht: beitsen of passiveren herstelt de passieve laag. Op 316 is dat extra belangrijk, want de constructie komt doorgaans juist in een agressieve omgeving. Voor constructief werk lassen wij gecertificeerd volgens EN 1090.

Verspanen

Dit is de lastigste bewerking op dit materiaal, en op 316 nog iets meer dan op 304. Het is taai, vormt lange spanen en werkt sterk koud uit, waardoor een te lage snijsnelheid of een te kleine spaandikte het oppervlak juist harder maakt in plaats van weg te snijden. Bij het verspanen geldt daarom: scherp en positief gereedschap, ruime spaandikte, nooit stilstaan in de snede en royaal koelen. Als richtwaarde voor draaien met gecoat hardmetaal ligt de snijsnelheid grofweg tussen 90 en 160 m/min, dus iets onder die van 304.

Oppervlakteafwerking

Net als bij 304 hoort de afwerking bij de bestelling. 2B is de standaard koudgewalste finish, glad en matglanzend, en de gebruikelijke uitgangskwaliteit voor snij- en zetwerk. 1D is warmgewalst, gegloeid en gebeitst, matter en gangbaar bij dikkere plaat. Geslepen K240 of K320 geeft een gerichte borstelstructuur voor zichtwerk, en gepolijst is hoogglans. Bij geslepen plaat loopt de structuur altijd in een richting; geef bij samengestelde producten door welke kant die op moet wijzen, dan houden wij daar bij het uitnesten rekening mee. Wij verzorgen daarnaast in eigen huis glasparelen, stralen en poedercoaten.

Toepassingen van RVS 316

  • Maritiem en kustomgeving: constructiedelen, beslag en bevestigingen die zout water of zilte lucht te verduren krijgen. Dit is de klassieke reden om voor 316 te kiezen.
  • Zwembaden en wellness: trappen, roosters, leuningen en ophangingen. Zwembadlucht met chloride is een van de weinige binnenomgevingen waar 304 aantoonbaar tekortschiet.
  • Voedingsmiddelenindustrie: apparatuur die met pekel, zure producten of intensieve reiniging in aanraking komt. Zie ons werk voor de voedingsmiddelenindustrie.
  • Farmaceutische industrie: behuizingen, frames en cleanroom-onderdelen in de farmaceutische industrie, waar reinigbaarheid en materiaalcertificering zwaar wegen.
  • Procesindustrie: tanks, leidingwerk en frames in de procesindustrie waar zuren of chloridehoudende media voorkomen.
  • Buitenconstructies in de stad: gevelelementen en straatmeubilair in gebieden waar in de winter met zout wordt gestrooid.

RVS 316 op maat laten bewerken

Van Hengstum Metaal bewerkt 1.4401 volledig in eigen huis in Soest. Wij snijden plaat op maat met de fiberlaser, zetten, lassen gecertificeerd, verspanen en verzorgen de eindafwerking, tot en met complete RVS-maatwerkconstructies en assemblage. Doordat de hele keten onder een dak zit zijn de doorlooptijden kort, met snijwerk binnen 72 uur en 99% leverbetrouwbaarheid. Wij werken op plaat en plaatwerkconstructies; buis, profiel en scheepsbeslag horen bij een handelsvoorraad en leveren wij niet uit voorraad.

Wij leveren enkelstuks, prototypes en series. Voordat er iets wordt geproduceerd controleren we uw tekening gratis op maakbaarheid en denken we mee over kwaliteit, plaatdikte, afwerking en zetradius. Vraagt uw project om een 3.1-materiaalcertificaat, geef dat dan meteen door, want dat bepaalt de inkoop. Vraag vrijblijvend een offerte aan en stuur uw tekening of DXF mee.

Veelgestelde vragen over 1.4401 / RVS316 / X5CrNiMo17-12-2

Wat is RVS 1.4401 (AISI 316)?

1.4401 is austenitisch roestvast staal met circa 17 procent chroom, 10 tot 13 procent nikkel en 2 tot 2,5 procent molybdeen. Dat molybdeen is het hele punt: het maakt de passieve laag bestand tegen chloride, waardoor het materiaal geschikt is voor zeewater, pekel en zwembadlucht. Onder de Europese norm heet het X5CrNiMo17-12-2, in de Amerikaanse indeling AISI 316 of UNS S31600, en op bouten komt u het tegen als A4. De treksterkte ligt tussen 500 en 700 MPa en de rek bij breuk is minimaal 40 procent.
Molybdeen. 1.4401 (316) bevat 2 tot 2,5 procent molybdeen en 1.4301 (304) niet, en dat maakt 316 aanzienlijk beter bestand tegen chloride. Uitgedrukt in het PREN-getal komt 304 uit rond 18 en 316 rond 24. Verder zijn ze mechanisch vrijwel gelijk: dezelfde treksterkte, dezelfde vervormbaarheid, dezelfde lasbaarheid. De vuistregel: kies 316 zodra er chloride in het spel is, dus bij zeewater, pekel, strooizout, zwembadlucht of agressieve reinigingsmiddelen. In alle andere gevallen levert 304 dezelfde prestatie voor een lagere prijs.
Doorgaans twintig tot veertig procent per kilo. Het verschil zit volledig in de legering: 316 bevat ongeveer twee procent meer nikkel dan 304, en daar bovenop circa twee procent molybdeen, dat op de wereldmarkt nog duurder is dan nikkel. De exacte marge beweegt mee met de nikkel- en molybdeennotering en verschilt van week tot week. Voor toepassingen zonder chloride is 316 daarmee onnodig duur, terwijl 304 in een chloriderijke omgeving juist een dure vergissing kan zijn, omdat vervangen een veelvoud kost van het prijsverschil.
In zacht gegloeide toestand niet, want de austenitische structuur is niet magnetisch. Na koud vervormen verandert dat gedeeltelijk: bij zetten, knippen of dieptrekken zet een deel van de austeniet om in martensiet, en dat is wel magnetisch. Een gezette hoek kan daardoor licht magnetisch aanvoelen terwijl de rest van de plaat dat niet is. Dat is normaal en zegt niets over de kwaliteit. Let op: u kunt 316 niet met een magneet van 304 onderscheiden, want beide gedragen zich zo. Alleen een certificaat of een spectraalanalyse geeft uitsluitsel.
A4 is de aanduiding uit ISO 3506 voor bevestigingsmateriaal van austenitisch roestvast staal met molybdeen, en dat komt in de praktijk neer op 316 of een directe verwant. Waar A2 correspondeert met 304, staat A4 voor 316. U komt het tegen op bouten, moeren, schroeven en ankers, vaak met een sterkteklasse erachter zoals A4-70 of A4-80. Voor buitentoepassingen aan de kust, in zwembaden en in de voedingsindustrie schrijft men doorgaans A4 voor in plaats van A2.
De treksterkte ligt tussen 500 en 700 MPa en de rekgrens Rp0,2 bedraagt minimaal 200 MPa voor warmgewalste plaat en minimaal 240 MPa voor koudgewalste plaat. De rek bij breuk is minimaal 40 procent en de hardheid blijft onder 215 HB. De dichtheid is 8,0 g/cm3, dus iets hoger dan de 7,9 van RVS 304, en de elasticiteitsmodulus bedraagt 200 GPa. Het smelttraject ligt rond 1.370 tot 1.400 graden Celsius en het materiaal is continu bruikbaar tot ongeveer 550 graden.
Voor de meeste toepassingen wel, maar er zijn grenzen. Als vuistregel bij kamertemperatuur houdt 316 het uit tot ruwweg 1.000 mg chloride per liter, waar 304 al rond 200 mg per liter afhaakt. Voor zwembadlucht, kustomgeving en pekel is 316 daarom de standaardkeuze. Twee waarschuwingen: bij permanent onderdompelen in stilstaand zeewater kan alsnog spleetcorrosie optreden, en boven ongeveer zestig graden wordt ook 316 gevoelig voor chloridespanningscorrosie. In die gevallen is duplex 1.4462 met een PREN rond 35 de betere keuze.
1.4401 is uitstekend lasbaar met TIG, MIG en weerstandlassen. De standaard toevoeging is 316L, ook bekend als 1.4430. Last u 304 op 316, neem dan eveneens 316L, dus de hoogst gelegeerde van de twee, zodat de las niet de zwakste schakel in de corrosieketen wordt. Let op de warmte-inbreng: door de lage warmtegeleiding en hoge uitzetting vervormt RVS sterker dan staal, en te lang verblijf tussen 450 en 850 graden kan chroomcarbiden geven. Bij dikke secties is 316L als basismateriaal veiliger. Verwijder na het lassen de aanloopkleur door te beitsen of te passiveren.
Alle drie zijn 316 met molybdeen, het verschil zit in hoe ze omgaan met koolstof bij het lassen. 1.4401 is de standaard met maximaal 0,07 procent koolstof. 1.4404 (316L) blijft onder 0,03 procent, waardoor er bij het lassen minder kans is op chroomcarbiden en dus op interkristallijne corrosie naast de las; dat is de keuze voor dikke secties en meerlaags laswerk. 1.4571 (316Ti) lost hetzelfde probleem op met titaan, dat de koolstof bindt, en werkt ook nog boven ongeveer 400 graden waar 316L zijn voordeel verliest.
Ja. Van Hengstum Metaal bewerkt 1.4401 volledig in-house in Soest: lasersnijden met stikstof voor een blanke snede, zetwerk, gecertificeerd lassen volgens EN 1090, verspanen en eindafwerking zoals beitsen, passiveren, glasparelen en poedercoaten. Wij leveren enkelstuks, prototypes en series, van los snijdeel tot complete RVS-constructie, met snijwerk binnen 72 uur. Wij werken op plaat en plaatwerkconstructies. Stuur uw tekening of DXF in voor een vrijblijvende offerte met gratis maakbaarheidscontrole, en geef door of u een 3.1-materiaalcertificaat nodig hebt.