Normen & Cetificeringen

ISO 14175

Binnen lasprocessen vormt het beschermgas een stille maar bepalende factor. Het gas is niet zichtbaar in het eindresultaat, maar heeft directe invloed op booggedrag, smeltbad, warmte-inbreng en de metallurgische eigenschappen van de lasverbinding. ISO 14175 is ontwikkeld om deze invloed beheersbaar en reproduceerbaar te maken. De norm biedt een gemeenschappelijke technische taal voor het benoemen en classificeren van beschermgassen die worden toegepast bij smeltlassen en verwante processen binnen de metaalbewerking.

Direct naar...

ISO 14175 – Beschermgassen voor lassen

ISO 14175 beschrijft hoe beschermgassen en gasmengsels technisch worden aangeduid en ingedeeld. De norm richt zich op gassen die worden gebruikt bij booglassen en plasma gerelateerde processen. Denk aan TIG lassen, MIG lassen, MAG lassen en plasma lassen. Door een vaste classificatiestructuur vast te leggen voorkomt de norm dat gaskeuzes vaag of interpretatiegevoelig worden vastgelegd in lasdocumentatie.

In de praktijk betekent dit dat een beschermgas niet alleen wordt benoemd als argon of een mengsel, maar wordt vastgelegd met een gestandaardiseerde aanduiding die iets zegt over samenstelling en gedrag. Hierdoor is voor iedere betrokkene duidelijk welk gas wordt bedoeld, ongeacht leverancier of handelsnaam. Dit is essentieel in omgevingen waar lasprocedures herhaald moeten worden uitgevoerd met dezelfde kwaliteit.

Waarom beschermgassen normatief worden vastgelegd

Tijdens het lassen wordt het smeltbad blootgesteld aan hoge temperaturen waarbij zuurstof, stikstof en waterstof uit de omgevingslucht ongewenste reacties kunnen veroorzaken. Oxidatie, porositeit en instabiele boogvorming zijn directe risico’s wanneer het beschermgas niet correct is afgestemd op het proces en het materiaal. ISO 14175 zorgt ervoor dat de keuze van het gas niet impliciet blijft, maar expliciet en controleerbaar wordt vastgelegd.

Daarnaast beïnvloedt het beschermgas de boogkarakteristiek en de wijze van metaaloverdracht. Bij MIG en MAG lassen bepaalt het gasmengsel mede of de overdracht globulair, kortsluitend of sproeiend verloopt. Bij TIG lassen en plasma lassen is de boogstabiliteit sterk afhankelijk van de zuiverheid en samenstelling van het gebruikte gas. Door deze eigenschappen normatief te benoemen, ontstaat een directe koppeling tussen gaskeuze en lasgedrag.

Technische betekenis van gasclassificaties

ISO 14175 maakt onderscheid tussen inerte gassen, actieve gassen en mengsels daarvan. Argon en helium worden beschouwd als inerte gassen die geen chemische reactie aangaan met het smeltbad. Ze worden veel toegepast bij het lassen van aluminium, roestvast staal en koperlegeringen. Helium heeft een hogere ionisatie-energie dan argon en levert daardoor meer warmte-inbreng, wat relevant is bij materialen met een hoge warmtegeleiding.

Actieve componenten zoals kooldioxide of kleine hoeveelheden zuurstof worden gebruikt bij MAG lassen van staal. Deze gassen beïnvloeden de inbranding en natte werking van het smeltbad, maar verhogen ook de oxidatie. ISO 14175 beschrijft deze mengsels zodanig dat duidelijk is welke actieve component aanwezig is en in welke orde van grootte. Waterstof kan eveneens onderdeel zijn van een gasmengsel, bijvoorbeeld bij het lassen van austenitisch roestvast staal, maar vraagt extra aandacht vanwege risico’s op scheurvorming bij andere staalsoorten.

De norm schrijft niet voor welk gas moet worden gebruikt, maar maakt het mogelijk om gaskeuzes technisch te verantwoorden en vast te leggen binnen lasprocedures.

Praktische toepassing binnen lassen en constructie

In de dagelijkse praktijk wordt ISO 14175 vooral gebruikt bij het opstellen en lezen van WPS documenten en bij lasprocedurekwalificaties. Het beschermgas vormt daarin een vast onderdeel van de procesparameters. Door de normatieve aanduiding toe te passen blijft de lasprocedure onafhankelijk van specifieke leveranciers of commerciële benamingen.

Ook bij seriematig laswerk is deze eenduidigheid van belang. Wanneer meerdere lassers of productielocaties betrokken zijn, voorkomt een normatieve gasaanduiding variatie in laskwaliteit door onbedoelde wijzigingen in gasmengsel. Bij lasproeven en herkwalificaties maakt ISO 14175 het mogelijk om exact hetzelfde gas opnieuw toe te passen, wat essentieel is voor reproduceerbaarheid.

Bij gespecialiseerde toepassingen zoals plasma arc welding en plasma snijden speelt het beschermgas eveneens een centrale rol. De norm ondersteunt hier het vastleggen van zowel hoofdgas als eventuele backing gas of vormgas dat wordt gebruikt ter bescherming van de achterzijde van de las.

Technische aandachtspunten en randvoorwaarden

Hoewel ISO 14175 een helder classificatiesysteem biedt, vraagt de toepassing ervan om technisch inzicht. Een gas dat correct is geclassificeerd, is niet automatisch geschikt voor elk materiaal of elke laspositie. Laspositie, warmte-inbreng en lastoevoegmateriaal beïnvloeden samen het eindresultaat. Een gasmengsel dat goede resultaten geeft in een vlakke laspositie kan in een verticale positie leiden tot instabiliteit van het smeltbad.

Ook gaszuiverheid en levering spelen een rol. Verontreinigingen of variaties in mengverhouding kunnen direct zichtbaar worden in de lasafzetting. ISO 14175 adresseert deze aspecten niet uitvoerend, maar vormt wel de basis om afwijkingen te herkennen en te analyseren wanneer lasfouten optreden.

Bij materialen die gevoelig zijn voor waterstof of oxidatie is extra voorzichtigheid geboden. De norm maakt het mogelijk deze gevoeligheden expliciet te koppelen aan de gekozen gasclassificatie, zodat risico’s beheersbaar blijven.

Relatie met andere lasgerelateerde normen

ISO 14175 wordt vrijwel altijd toegepast in samenhang met andere normen binnen het lasdomein. In normen voor lasprocesaanduiding en lasprocedurekwalificatie wordt de gasclassificatie volgens ISO 14175 gebruikt om procesparameters volledig te beschrijven. Ook bij inspectie en beoordeling van lasverbindingen vormt de gaskeuze een relevante achtergrondinformatie bij het analyseren van lasonvolkomenheden.

Daarnaast ondersteunt de norm de communicatie tussen ontwerp, uitvoering en kwaliteitsborging. Engineers kunnen gaskeuzes onderbouwen, lassers weten exact welk gas wordt bedoeld en inspecteurs kunnen afwijkingen relateren aan vastgelegde parameters.

Afronding

ISO 14175 vervult binnen de metaalbewerking een fundamentele rol in het beheersen van lasprocessen. Door beschermgassen eenduidig te classificeren en te benoemen, wordt een belangrijke variabele in het lasproces technisch vastgelegd. De norm draagt bij aan reproduceerbare laskwaliteit, inzicht in procesgedrag en het analyseren van lasresultaten. In die zin vormt ISO 14175 geen theoretisch document, maar een praktisch hulpmiddel dat de samenhang tussen gas, proces en materiaal inzichtelijk maakt.