1.4307 / RVS304L / X2CrNi18-9

Laagkoolstof roestvast staal AISI 304L: veilig lassen zonder molybdeen, en taai tot ver onder nul

RVS 304L plaat 1.4307 met matte gebeitste oppervlaktehuid

1.4307 (X2CrNi18-9, AISI 304L) is de laagkoolstofvariant van RVS 304: dezelfde 18 procent chroom en 8 tot 10,5 procent nikkel, maar met maximaal 0,030 procent koolstof in plaats van 0,070. Daardoor vormen zich bij het lassen geen chroomcarbiden langs de korrelgrenzen en blijft de corrosieweerstand naast de lasnaad intact, ook bij dikkere secties en meerlaags werk. Verder is het uitstekend vervormbaar met een rek bij breuk van minimaal 45 procent, en het blijft taai tot in het cryogene gebied. Molybdeen zit er niet in, dus voor zeewater en pekel hebt u 316L nodig. Van Hengstum Metaal snijdt, zet en last 1.4307 volledig in-house in Soest.

MateriaaleigenschappenEN 10088-2 en EN 10088-3, aanduiding X2CrNi18-9
Werkstofnummer1.4307
EN-aanduidingX2CrNi18-9
AISI / UNSAISI 304L / UNS S30403
Ouder nummer1.4306 (X2CrNi19-11)
Koolstof (C)max. 0,030 %
Chroom (Cr)17,5 tot 19,5 %
Nikkel (Ni)8,0 tot 10,5 %
Treksterkte (Rm)500 tot 700 MPa
Rekgrens (Rp0,2)min. 175 tot 220 MPa
Rek bij breuk (A)min. 45 %
Hardheidmax. 215 HB
PRENcirca 18
Dichtheid7,9 g/cm³
E-modulus200 GPa
Smelttrajectcirca 1.400 tot 1.450 °C
MagnetischNee, zacht gegloeid
Wij bewerken 1.4307 / RVS304L / X2CrNi18-9 met:LasersnijdenZetwerkVerspanenLassen

Wat is RVS 1.4307 (304L)?

1.4307 is 1.4301 (RVS 304) met minder koolstof. Chroom en nikkel zijn nagenoeg gelijk, met 17,5 tot 19,5 procent chroom en 8 tot 10,5 procent nikkel. Het enige verschil van betekenis is dat het koolstofgehalte onder 0,030 procent blijft in plaats van onder 0,070 procent. De L staat voor low carbon.

Waarom dat uitmaakt, merkt u pas bij het lassen. Koolstof bindt zich graag aan chroom, en blijft het staal langer in het temperatuurgebied tussen ongeveer 450 en 850 graden, dan vormen zich chroomcarbiden langs de korrelgrenzen. Op die plek zakt het chroomgehalte onder het niveau dat de passieve laag nodig heeft, en precies daar kan corrosie beginnen. In de praktijk ziet u dat als een aangetaste strook enkele millimeters naast de lasnaad, terwijl de las er zelf prima uitziet. Dat heet sensitisatie, en met maximaal 0,03 procent koolstof is er te weinig koolstof beschikbaar om het in betekenisvolle mate te laten gebeuren.

Wat 1.4307 juist niet heeft, is molybdeen. Daarin verschilt het van 1.4404 (316L). De PREN blijft rond 18, gelijk aan die van 304, en dat betekent: prima voor normale binnen- en buitencondities, maar niet voor zeewater, pekel, strooizout of zwembadlucht.

1.4306 of 1.4307: twee nummers, allebei 304L

Dit levert bij het bestellen geregeld verwarring op, en het is goed om te weten dat er inderdaad twee zijn.

  • 1.4306 (X2CrNi19-11) is het oudere nummer, met een hoger chroom- en nikkelgehalte: ongeveer 18 tot 20 procent chroom en 10 tot 12 procent nikkel.
  • 1.4307 (X2CrNi18-9) is de huidige standaard, iets magerder gelegeerd en daardoor goedkoper, met een licht hogere sterkte.

Beide vallen onder de Amerikaanse aanduiding AISI 304L en beide voldoen aan hetzelfde koolstofmaximum van 0,03 procent. In de praktijk wordt tegenwoordig vrijwel altijd 1.4307 geleverd; 1.4306 komt u nog tegen op oudere tekeningen en specificaties. Voor vrijwel elke toepassing zijn ze uitwisselbaar, maar staat er 1.4306 voorgeschreven in een gecertificeerd project, laat dat dan door de constructeur bevestigen voordat u 1.4307 inkoopt.

Werkstofnummer en aanduidingen

1.4307 is het werkstofnummer op Europese materiaalcertificaten. X2CrNi18-9 is de bijbehorende naam volgens EN 10088, waarbij de X2 het koolstofgehalte van twee honderdsten van een procent aangeeft en 18-9 het chroom- en nikkelgehalte. AISI 304L is de Amerikaanse aanduiding, aangevuld met UNS S30403. Op bouten en schroeven valt het net als 304 onder A2 volgens ISO 3506.

Net als bij 316 wordt plaat vaak dubbelgecertificeerd geleverd als 1.4301/1.4307 of 304/304L: de charge blijft onder 0,03 procent koolstof en haalt tegelijk de hogere rekgrens van 1.4301. Staat dat op uw certificaat, dan hoeft u de keuze niet te maken.

Mechanische en fysische eigenschappen

Eigenschap Waarde
Treksterkte Rm 500 tot 700 MPa
Rekgrens Rp0,2 min. 175 MPa warmgewalst, min. 220 MPa koudgewalst
Rek bij breuk A min. 45 %
Hardheid max. 215 HB
Dichtheid 7,9 g/cm³ oftewel 7.900 kg/m³
Elasticiteitsmodulus bij 20 °C 200 GPa
Smelttraject circa 1.400 tot 1.450 °C
Warmtegeleidingscoefficient circa 15 W/m·K
Uitzettingscoefficient 20 tot 100 °C circa 16 µm/m·K
PREN circa 18

De rekgrens ligt bij 1.4307 iets lager dan bij 1.4301, want minder koolstof betekent ook wat minder sterkte. Daar staat een hogere rek bij breuk tegenover, minimaal 45 procent, waardoor het materiaal nog beter te vormen is. Voor plaatwerk is dat eerder een voordeel dan een nadeel.

Taai tot ver onder nul

Een eigenschap die op de meeste datasheets wordt weggemoffeld in een halve zin, maar die in de praktijk doorslaggevend kan zijn. Waar constructiestaal bij lage temperatuur bros wordt en op een gegeven moment zonder waarschuwing breekt, houdt austenitisch roestvast staal zijn taaiheid gewoon vast. 1.4307 blijft slagvast tot in het cryogene gebied, tot rond min 196 graden, de temperatuur van vloeibaar stikstof.

Dat maakt het geschikt voor cryogene tanks, leidingwerk voor vloeibare gassen, koelinstallaties en alles wat in de winter buiten zwaar belast wordt zonder dat er sprake mag zijn van brosse breuk. Juist de laagkoolstofvariant wordt daarvoor gekozen, omdat die combinatie van taaiheid en veilig lassen precies is wat een cryogene constructie vraagt.

1.4307 / RVS304L / X2CrNi18-9 op maat laten bewerken?

Stuur uw tekening of vraag en u ontvangt snel een scherpe offerte, inclusief onze gratis maakbaarheidscontrole.

304 of 304L: welke heeft u nodig?

Kort antwoord: kies 304L wanneer er gelast wordt aan iets dat corrosievast moet blijven, en 304 wanneer dat niet zo is of wanneer u de hogere rekgrens nodig hebt.

Corrosietechnisch zijn ze in onbewerkte toestand gelijk: dezelfde PREN rond 18, dezelfde weerstand tegen normale binnen- en buitencondities. Het verschil ontstaat pas als er warmte in het materiaal komt. Vier situaties waarin 304L de juiste keuze is:

  • Dikke secties. Hoe dikker de plaat, hoe langer de zone naast de las in het kritische temperatuurgebied blijft. Vanaf ruwweg 5 tot 6 mm wordt 304L merkbaar veiliger.
  • Meerlaags laswerk. Elke volgende laag verhit de vorige opnieuw en de opgetelde verblijftijd loopt hard op.
  • Onderdelen die later nog verhit worden, bijvoorbeeld door spanningsarm gloeien, warm vormen of een tweede lasbewerking.
  • Cryogene toepassingen. Daar wordt vrijwel altijd de laagkoolstofvariant voorgeschreven.

En wanneer volstaat 304? Bij dunne plaat met normale lasparameters, bij onderdelen die weinig of niet gelast worden, en waar de constructeur de hogere rekgrens van 1.4301 in de berekening heeft meegenomen. Twijfelt u, vraag dan om dubbelgecertificeerd materiaal 1.4301/1.4307, dan is de keuze niet meer nodig. Geef bij uw aanvraag door hoe er gelast wordt en waar het onderdeel komt te hangen, dan bepalen wij het samen met u.

Wanneer 304L niet genoeg is

Er is één grens die 304L niet verlegt, en dat is chloride. Zonder molybdeen blijft de PREN rond 18, precies gelijk aan 304. Als vuistregel bij kamertemperatuur is dat goed tot ongeveer 200 mg chloride per liter. Daarboven, en zeker bij verhoogde temperatuur, gaat u naar 1.4404 (316L), dat met 2 tot 2,5 procent molybdeen op een PREN rond 24 uitkomt en dezelfde lasveiligheid biedt.

Concreet: voor de kust, bij strooizout, in zwembadruimtes, bij pekel en bij zure of sterk gezouten levensmiddelen kiest u 316L en niet 304L. Is chloride helemaal geen thema, dan is 304L de logische en aanzienlijk goedkopere keuze, want het scheelt de nikkel- en molybdeentoeslag.

Moet de constructie behalve corrosievast ook nog aanzienlijk sterker, dan ligt duplex 1.4462 voor de hand, met ruim het dubbele aan rekgrens en een PREN rond 35.

Vergelijkingstabel

Eigenschap 1.4307 (304L) 1.4301 (304) 1.4306 (304L oud) 1.4404 (316L)
Koolstof (%) max. 0,030 max. 0,070 max. 0,030 max. 0,030
Chroom (%) 17,5 tot 19,5 17,5 tot 19,5 18,0 tot 20,0 16,5 tot 18,5
Nikkel (%) 8,0 tot 10,5 8,0 tot 10,5 10,0 tot 12,0 10,0 tot 13,0
Molybdeen (%) geen geen geen 2,0 tot 2,5
Rekgrens (MPa) min. 175 tot 220 min. 190 tot 230 min. 180 tot 220 min. 200 tot 240
Rek bij breuk (%) min. 45 min. 45 min. 45 min. 40
PREN circa 18 circa 18 circa 19 circa 24
Sensitisatie bij lassen Geen risico Let op bij dik werk Geen risico Geen risico
Dichtheid (g/cm³) 7,9 7,9 7,9 8,0
Typisch gebruik Gelast, cryogeen Algemeen plaatwerk Oudere specificaties Gelast met chloride
Gratis controle
& advies

In-house glasparelen, poedercoaten en stralen.

Alle metaalsoorten beschikbaar

RVS 1.4307 bewerken

Lassen

Hier komt 304L tot zijn recht. Het is met TIG, MIG, beklede elektrode en weerstandlassen uitstekend te lassen, en doordat sensitisatie geen rol speelt is een oplosgloeibehandeling achteraf normaal gesproken niet nodig, ook niet bij meerlaags werk. Het standaard toevoegmateriaal is 308L, oftewel 1.4316. Last u 304L aan 316L, neem dan 316L als toevoeging, dus altijd de hoogst gelegeerde van de twee.

Wat wel aandacht vraagt is de vervorming. Door de lage warmtegeleiding van circa 15 W per meter kelvin en de hoge uitzettingscoefficient trekt roestvast staal bij het lassen meer krom dan constructiestaal. Goed opspannen, doordacht hechten en een beheerste lasvolgorde zijn daarom belangrijker dan de laskeuze zelf. Bescherm de wortel met argon en verwijder na afloop de aanloopkleur door te beitsen of te passiveren; die verkleuring is een verarmde oxidelaag en juist daar begint anders alsnog corrosie. Voor constructief werk lassen wij gecertificeerd volgens EN 1090.

Lasersnijden

1.4307 laat zich uitstekend lasersnijden met stikstof als snijgas, zodat de snede blank blijft en niet oxideert. De kant komt schoon uit de machine en hoeft niet nabewerkt te worden, wat een bewerkingsstap scheelt ten opzichte van constructiestaal. Snijwerk gaat bij ons standaard binnen 72 uur de deur uit.

Zetten en dieptrekken

Met een rek bij breuk van minimaal 45 procent is 1.4307 het best vervormbare materiaal van de austenitische standaardkwaliteiten, nog iets soepeler dan 316L. Bij zetwerk in RVS houdt u rekening met een grotere terugvering dan bij staal en een minimale binnenradius van ongeveer een keer de plaatdikte. Het materiaal werkt koud uit, dus in de zetnaad stijgt de hardheid en kan het licht magnetisch worden; dat is normaal. Wij rekenen met een K-factor rond 0,45. Voor dieptrekken is de hoge rek juist het argument om voor deze kwaliteit te kiezen.

Verspanen

Bij het verspanen is 304L door het lage koolstofgehalte taai en kleverig, en het werkt sterk koud uit. Dat betekent: scherp en positief gereedschap, ruime spaandikte, nooit stilstaan in de snede en royaal koelen. Een te lichte snede maakt het oppervlak harder in plaats van dat er materiaal af gaat. Als richtwaarde voor draaien met gecoat hardmetaal ligt de snijsnelheid grofweg tussen 100 en 170 m/min.

Oppervlakteafwerking

2B is de standaard koudgewalste finish, glad en matglanzend, en de gebruikelijke uitgangskwaliteit voor snij- en zetwerk. 1D is warmgewalst, gegloeid en gebeitst, matter en gangbaar bij dikkere plaat. Geslepen K240 of K320 geeft een gerichte borstelstructuur voor zichtwerk. Bij geslepen plaat loopt de structuur in een richting; geef bij samengestelde producten door welke kant die op moet wijzen. Wij verzorgen daarnaast in eigen huis glasparelen, stralen en poedercoaten.

Toepassingen van RVS 304L

  • Gelaste tanks en vaten: opslag- en procesvaten waar dikkere plaat en meerlaags laswerk samenkomen, en waar 304 het risico op sensitisatie zou lopen.
  • Cryogene installaties: tanks, leidingwerk en ophangingen voor vloeibare gassen, waar de taaiheid bij zeer lage temperatuur doorslaggevend is.
  • Voedingsmiddelenindustrie: gelaste werkbladen, opvangbakken, afvoergoten en machineframes. Zie ons werk voor de voedingsmiddelenindustrie. Bij pekel of zure producten adviseren wij 316L.
  • Procesindustrie: gelaste constructies en leidingsystemen in de procesindustrie, mits het medium chloridearm is.
  • Apparatenbouw en machinebouw: gelaste frames, behuizingen en opvangbakken in de apparatenbouw en de machinebouw.
  • Dieptrekwerk: gevormde delen waar de hoge rek bij breuk het verschil maakt tussen wel en niet maakbaar.

RVS 304L op maat laten bewerken

Van Hengstum Metaal bewerkt 1.4307 volledig in eigen huis in Soest. Wij snijden plaat op maat met de fiberlaser, zetten, lassen gecertificeerd, verspanen en verzorgen de eindafwerking zoals beitsen, passiveren, glasparelen en stralen, tot en met complete RVS-maatwerkconstructies en assemblage. Doordat de hele keten onder een dak zit zijn de doorlooptijden kort, met snijwerk binnen 72 uur en 99% leverbetrouwbaarheid.

Wij leveren enkelstuks, prototypes en series. Voordat er iets wordt geproduceerd controleren we uw tekening gratis op maakbaarheid en denken we mee over kwaliteit, plaatdikte, afwerking en zetradius. Staat er 1.4306 op uw tekening, of twijfelt u tussen 304, 304L en 316L, geef dan door hoe er gelast wordt en in welke omgeving het onderdeel komt, dan bepalen wij de juiste kwaliteit. Vraag vrijblijvend een offerte aan en stuur uw tekening of DXF mee.

Veelgestelde vragen over 1.4307 / RVS304L / X2CrNi18-9

Wat is RVS 1.4307 (304L)?

1.4307 is austenitisch roestvast staal met 17,5 tot 19,5 procent chroom, 8 tot 10,5 procent nikkel en maximaal 0,030 procent koolstof. Het is dezelfde legering als 1.4301 (RVS 304), alleen met minder koolstof; de L staat voor low carbon. Daardoor ontstaan er bij het lassen geen chroomcarbiden langs de korrelgrenzen en blijft de corrosieweerstand naast de lasnaad behouden. Onder de Europese norm heet het X2CrNi18-9, in de Amerikaanse indeling AISI 304L of UNS S30403.
Alleen het koolstofgehalte: 304 mag tot 0,07 procent koolstof bevatten, 304L blijft onder 0,03 procent. In onbewerkte toestand zijn ze corrosietechnisch gelijk, met een PREN rond 18. Het verschil telt bij lassen: bij 304 kan koolstof zich in het gebied tussen 450 en 850 graden binden aan chroom, waardoor er naast de las een chroomarme zone ontstaat waar corrosie kan beginnen. Kies 304L bij dikke secties, meerlaags laswerk en cryogene toepassingen. 304 heeft daar tegenover een iets hogere rekgrens.
Beide vallen onder de Amerikaanse aanduiding AISI 304L en beide blijven onder 0,03 procent koolstof, maar de legering verschilt licht. 1.4306 (X2CrNi19-11) is het oudere nummer met een hoger chroom- en nikkelgehalte, ongeveer 18 tot 20 procent chroom en 10 tot 12 procent nikkel. 1.4307 (X2CrNi18-9) is de huidige standaard, iets magerder gelegeerd, goedkoper en met een licht hogere sterkte. In de praktijk wordt vrijwel altijd 1.4307 geleverd. Staat 1.4306 voorgeschreven in een gecertificeerd project, laat de vervanging dan door de constructeur bevestigen.
De treksterkte ligt tussen 500 en 700 MPa en de rekgrens Rp0,2 bedraagt minimaal 175 MPa voor warmgewalste en minimaal 220 MPa voor koudgewalste plaat. De rek bij breuk is minimaal 45 procent, de hoogste van de austenitische standaardkwaliteiten, en de hardheid blijft onder 215 HB. De dichtheid is 7,9 g/cm3 en de elasticiteitsmodulus 200 GPa. Het smelttraject ligt rond 1.400 tot 1.450 graden Celsius.
Zodra er chloride in het spel is. 304L bevat geen molybdeen en blijft daardoor op een PREN rond 18 steken, precies gelijk aan 304. Als vuistregel bij kamertemperatuur is dat goed tot ongeveer 200 mg chloride per liter. Voor zeewater, pekel, strooizout, zwembadlucht en zure of sterk gezouten levensmiddelen hebt u 316L nodig, dat met 2 tot 2,5 procent molybdeen op een PREN rond 24 uitkomt en dezelfde lasveiligheid biedt. Is chloride geen thema, dan is 304L de logische en aanzienlijk goedkopere keuze.
308L, ook bekend als 1.4316, in de vorm van ER308LSi voor MIG en TIG of E308L-16 als beklede elektrode. Last u 304L aan 316L, neem dan 316L als toevoeging, dus altijd de hoogst gelegeerde van de twee, zodat de las niet de zwakste schakel in de corrosieketen wordt. Bescherm de wortel met argon en verwijder na afloop de aanloopkleur door te beitsen of te passiveren, want die verkleuring is een verarmde oxidelaag waar anders alsnog corrosie begint.
Ja, en dat is een van de sterkste eigenschappen van dit materiaal. Waar constructiestaal bij lage temperatuur bros wordt en zonder waarschuwing kan breken, houdt austenitisch roestvast staal zijn taaiheid vast. 1.4307 blijft slagvast tot in het cryogene gebied, tot rond min 196 graden Celsius, de temperatuur van vloeibaar stikstof. Daarom wordt juist de laagkoolstofvariant gekozen voor cryogene tanks, leidingwerk voor vloeibare gassen en koelinstallaties: die combinatie van taaiheid en veilig lassen is precies wat zo’n constructie vraagt.
In zacht gegloeide toestand niet, want de austenitische structuur is niet magnetisch. Na koud vervormen door zetten, knippen of dieptrekken zet een deel van de austeniet om in martensiet en wordt het materiaal plaatselijk licht magnetisch. Een gezette hoek kan daardoor aan een magneet blijven hangen terwijl de rest van de plaat dat niet doet. Dat is normaal en zegt niets over de kwaliteit. Een magneettest is dus geen manier om roestvaste kwaliteiten van elkaar te onderscheiden; daarvoor hebt u een certificaat of een spectraalanalyse nodig.
Dat de geleverde charge tegelijk aan beide specificaties voldoet: het koolstofgehalte blijft onder 0,03 procent, zoals 1.4307 eist, en de rekgrens haalt tegelijk de hogere waarde die voor 1.4301 geldt. U hebt dan de lasveiligheid van 304L en de sterkte van 304 in een plaat. Veel plaat wordt tegenwoordig standaard zo geleverd, waardoor de keuze tussen de twee in de praktijk vaak niet meer gemaakt hoeft te worden. Controleer het wel op het materiaalcertificaat, want het is geen automatisme.
Ja. Van Hengstum Metaal bewerkt 1.4307 volledig in-house in Soest: lasersnijden met stikstof voor een blanke snede, zetwerk, gecertificeerd lassen volgens EN 1090, verspanen en eindafwerking zoals beitsen, passiveren, glasparelen en stralen. Wij leveren enkelstuks, prototypes en series, van los snijdeel tot complete gelaste constructie, met snijwerk binnen 72 uur. Staat er 1.4306 op uw tekening of twijfelt u tussen 304, 304L en 316L, geef dan door hoe er gelast wordt en in welke omgeving het onderdeel komt te hangen.