Kanten en zetten van metaal
Kanten en zetten is het buigen van plaatmateriaal langs een rechte lijn, waarbij een scherpe knik ontstaat in plaats van een ronde bocht. Deze pagina gaat over het proces op de kantbank: welk gereedschap er is, wat er in het materiaal gebeurt en waarom een uitslag klopt of niet. Gaat het om een ronde bocht in buis of profiel, kijk dan bij buigen van metaal. Wilt u weten wat wij in welke materialen en afmetingen zetten, kijk dan bij zetwerk.
Kanten of zetten: twee woorden, twee machines
In de werkplaats worden kanten en zetten meestal als synoniem gebruikt, en in het dagelijks spraakgebruik is dat prima. Technisch verwijzen ze naar twee verschillende machines, en dat verschil bepaalt wat er mogelijk is.
Kanten gebeurt op een kantbank. Een bovenstempel komt van boven naar beneden en drukt de plaat in een matrijs met een V-vormige opening. De plaat ligt daarbij los op de matrijs en wordt door de neerwaartse beweging gevormd.
Zetten in de oorspronkelijke betekenis gebeurt op een zetbank of zwenkbuigmachine. Een klembalk houdt de plaat vast en een zwenkbalk vouwt de flens omhoog. Het materiaal wordt dus niet ingedrukt maar omgeklapt.
Het praktische verschil zit in toepassing. Een kantbank is nauwkeuriger bij zware en korte zettingen en is veruit het meest gebruikt in de plaatbewerking. Een zwenkbuigmachine kan zeer lange en dunne platen aan en raakt het oppervlak nauwelijks, wat hem geschikt maakt voor zichtwerk, gecoat materiaal en geborsteld roestvast staal. Wie het woord zetwerk gebruikt, bedoelt in de praktijk het resultaat: een geknikt plaatproduct, ongeacht de machine.
Het gereedschap op de kantbank
Bovenstempel en matrijs
Het bovenstempel drukt de plaat naar beneden en heeft aan de punt een eigen radius. De matrijs eronder heeft een V-vormige opening waarvan de breedte het hele proces beĆÆnvloedt. Als vuistregel is die opening bij vrij buigen zes tot acht keer de plaatdikte.
Die breedte doet drie dingen tegelijk. Een smallere opening geeft een krappere binnenradius, maar vraagt fors meer kracht en vergroot het risico op scheuren aan de buitenbocht. Een bredere opening vraagt minder kracht en is materiaalvriendelijker, maar geeft een ruimere radius en dwingt een langere minimale flens af. Welke radius daar precies uit volgt en wat de grenzen per materiaal zijn, staat uitgewerkt bij buigradius.
Stempelvormen
De vorm van het bovenstempel bepaalt wat er nog past. Een recht stempel volstaat voor een enkele zetting, maar zodra een product meerdere zettingen krijgt loopt een al gezette flens al snel tegen het gereedschap aan.
Daarvoor bestaat de zwanenhalsstempel, ook gooseneck genoemd: aan de zijkant uitgespaard zodat een eerder gezette flens er langs kan bij de volgende slag. Bij producten met tegenover elkaar liggende zettingen, zoals een U-vorm of een kokerprofiel, is zo’n stempel geen luxe maar de enige manier om het product af te maken.
& advies
99% zekerheid voor tijdige leveringen
Snijwerk binnen 72 uur geleverd.
In-house glasparelen, poedercoaten en stralen.
Alle metaalsoorten beschikbaar
Drie manieren om te buigen
Er zijn drie manieren om de plaat in de matrijs te drukken. Ze verschillen sterk in benodigde kracht, nauwkeurigheid en flexibiliteit, en die afweging bepaalt in de praktijk de keuze.
Vrij buigen
Bij vrij buigen drukt het bovenstempel de plaat maar gedeeltelijk in de V-opening. Het materiaal raakt alleen de punt van het stempel en de twee randen van de matrijs. De bereikte hoek wordt volledig bepaald door hoe diep het stempel zakt.
Dat maakt het proces uiterst flexibel: met ƩƩn set gereedschap maak je elke hoek tussen ruwweg 30 en 180 graden. Het is dan ook verreweg de meest gebruikte methode. De keerzijde is dat de terugvering hier het grootst is en dat de nauwkeurigheid volledig afhangt van de slagdiepte en van de constantheid van het materiaal.
In de matrijs zetten
Bij in de matrijs zetten, ook bottoming genoemd, wordt de plaat volledig tegen de wanden van de V-opening gedrukt. De hoek wordt daarmee door het gereedschap bepaald in plaats van door de slagdiepte. De terugvering wordt kleiner en de herhaalbaarheid beter, wat het aantrekkelijk maakt voor series.
De prijs die je betaalt is een veelvoud aan benodigde kracht en een eigen matrijs per hoek. Wie zowel 90 als 120 graden wil zetten, heeft twee matrijzen nodig.
Strijkbuigen
Strijkbuigen, ook muntslag of coining genoemd, gaat nog een stap verder. Het stempel dringt daadwerkelijk in het materiaal door en drukt de vezels in de bocht samen. De terugvering is dan vrijwel nul en de radius uiterst nauwkeurig en herhaalbaar.
De benodigde kracht ligt echter opnieuw een veelvoud hoger dan bij bottoming, wat zowel de machine als het gereedschap zwaar belast. In de plaatbewerking wordt strijkbuigen daarom alleen toegepast waar het echt niet anders kan, bijvoorbeeld bij zeer krappe radii of bij eisen aan maatvastheid die met vrij buigen niet haalbaar zijn.
Terugvering
Metaal veert na het buigen altijd een stukje terug. Dat komt doordat een deel van de vervorming elastisch is: alleen boven de vloeigrens vervormt het materiaal blijvend, en het elastische deel wil daaronder terug naar de oorspronkelijke vorm. Meer over dat onderscheid staat bij eigenschappen van metaal.
Hoe sterker het materiaal, hoe groter de terugvering. Hoogsterkte staal veert aanzienlijk meer terug dan zacht constructiestaal, en austenitisch roestvast staal meer dan gewoon staal van dezelfde dikte. Ook de verhouding tussen radius en plaatdikte speelt mee: hoe ruimer de radius ten opzichte van de dikte, hoe groter de terugvering.
De operator vangt dit op door bewust verder door te buigen dan de gewenste hoek, zodat het werkstuk na terugveren precies goed staat. Bij een nieuwe combinatie van materiaal, dikte en gereedschap begint dat altijd met een proefzetting en een meting. Het is ook de reden waarom een nieuwe charge van hetzelfde materiaal soms om een kleine correctie vraagt: een iets hogere vloeigrens binnen de norm betekent al een iets andere terugvering.
De neutrale lijn en de uitslag
Bij het buigen wordt de buitenzijde van de bocht uitgerekt en de binnenzijde samengedrukt. De laag die daartussen zijn oorspronkelijke lengte behoudt heet de neutrale lijn. Die ligt niet in het midden van de plaat maar verschuift naar de binnenzijde van de bocht.
Waar die lijn precies ligt, wordt uitgedrukt in de k-factor: de afstand van de binnenzijde tot de neutrale lijn, gedeeld door de plaatdikte. In de praktijk ligt die waarde meestal tussen 0,3 en 0,5, afhankelijk van materiaal, radius en buigmethode.
Dat getal is geen theorie maar de reden waarom een uitslag klopt of niet. Wie de vlakke plaatlengte berekent door simpelweg de beenlengtes op te tellen, komt structureel te lang uit, want het materiaal rekt in de bocht. De juiste uitslag houdt rekening met de k-factor, de binnenradius en de buighoek. Werkt u met een eigen CAD-pakket, controleer dan of de gebruikte k-factor overeenkomt met wat de kantbank in de praktijk doet. Een afwijking van een tiende in de k-factor levert bij een product met zes zettingen al millimeters verschil op.
Vraag vrijblijvend een offerte aan
Wat de maakbaarheid bepaalt
De zetvolgorde
Bij een product met meerdere zettingen bepaalt de volgorde of het überhaupt maakbaar is. Elke zetting verandert de vorm van het werkstuk en daarmee de ruimte die overblijft tussen gereedschap, aanslagen en machineframe. Wordt een verkeerde volgorde gekozen, dan botst een eerder gezette flens tegen het bovenstempel en is het product niet meer af te maken.
Een werkvoorbereider bepaalt de volgorde daarom vooraf, samen met de keuze van gereedschap en aanslagen. Dat verklaart ook waarom een ogenschijnlijk kleine wijziging in een tekening, zoals een flens die een centimeter langer wordt, soms tot een heel andere aanpak of zelfs tot een ander gereedschap leidt. Bij twijfel is het altijd goedkoper om een ontwerp vooraf te laten toetsen dan achteraf een serie te herstellen.
De kortste flens
Een flens moet lang genoeg zijn om tijdens het zetten over beide zijden van de V-opening te blijven rusten. Is hij korter, dan klapt hij tijdens de slag de matrijs in en ontstaat er een onbruikbaar product. Als vuistregel houd je minimaal de halve V-opening aan plus een marge.
Daar zit een klem in. Wie een heel korte opstaande rand nodig heeft, moet naar een smallere matrijs, en die vraagt weer meer kracht en geeft een krappere radius met meer kans op scheuren. De kortste haalbare flens is dus altijd een compromis tussen materiaaldikte, radius en beschikbare kracht.
Kracht en zetlengte
De benodigde kracht loopt op met het kwadraat van de plaatdikte en met de treksterkte van het materiaal, en neemt af naarmate de V-opening breder is. Een plaat van 10 mm vraagt dus geen twee keer maar ruwweg vier keer de kracht van een plaat van 5 mm.
Dat verklaart waarom de maximale zetlengte bij dik materiaal veel korter is dan bij dun materiaal, ook al is de machine even breed. Een kantbank die drie meter dunne plaat in ƩƩn slag zet, haalt bij zware plaat misschien nog een meter. Bij hoogsterkte staal komt daar de hogere treksterkte nog bovenop.
Oppervlakte en zichtwerk
Gecoat, geborsteld en gepolijst materiaal is kwetsbaar op de kantbank, want het gereedschap schuurt tijdens de slag over het oppervlak. Op de plek waar de matrijsranden het werkstuk raken ontstaan daardoor krassen en glansverschillen.
Beschermfolie op de plaat, kunststof inlagen in de matrijs of een zwenkbuigmachine in plaats van een kantbank lossen dit op. Bij een coating speelt bovendien de rek in de buitenbocht een rol: een te krappe radius kan de laklaag laten scheuren of loslaten, ook als het metaal zelf de bocht prima aankan.
Voor en na het zetten
Zetten staat zelden op zichzelf. De plaat wordt eerst op maat gesneden, waarbij de uitslag inclusief buigcompensatie wordt aangehouden; dat gebeurt bij lasersnijden. Een fout in de k-factor komt dus al bij het snijden de keten in en wordt pas op de kantbank zichtbaar.
Na het zetten volgt vaak nog een randbewerking, want een scherpe snijkant is niet alleen onprettig in de hand maar hecht ook slechter bij coaten. Dat is een apart proces dat we behandelen bij kanten breken.
Wilt u weten of een bepaalde zetting in uw materiaal en dikte haalbaar is, dan denken onze werkvoorbereiders mee vanaf de tekening. Dat hoort bij zetwerk bij Van Hengstum.
Onze actieve industrieƫn
Offerte aanvragen?
- Omschrijf uw aanvraag
- Binnen 1 werkdag een antwoord
- Persoonlijk adviesgesprek