1.0226 / DX51D +Z275 sendzimir

Sendzimir verzinkt plaatstaal DX51D met 275 gram zink per vierkante meter: op maat gesneden, gezet en gelast

Sendzimir verzinkte staalplaat DX51D met zinkbloemstructuur en gesneden kant

1.0226 (DX51D +Z275) is continu thermisch verzinkt plaatstaal volgens EN 10346, in de handel bekend als sendzimir. Z275 is het kerngetal: 275 gram zink per vierkante meter over beide zijden samen, oftewel circa 19 tot 20 micrometer per kant. Die zinklaag werkt niet alleen als barriere maar ook kathodisch, waardoor een gesneden of geboorde kant beschermd blijft zolang de onbedekte breedte onder ongeveer 1 tot 2 millimeter blijft. DX51D is de zachtste kwaliteit uit de reeks DX51D tot DX57D, met een treksterkte van 270 tot 500 MPa en een rek bij breuk van minimaal 22 procent, en daarmee de standaardkeuze voor snij- en zetwerk. Van Hengstum Metaal snijdt, zet en last sendzimir verzinkt plaatstaal in Soest.

MateriaaleigenschappenEN 10346, aanduiding DX51D+Z275-M-A-C
Werkstofnummer1.0226
EN-aanduidingDX51D +Z275 volgens EN 10346
Volledige besteltekstDX51D+Z275-M-A-C
Handelsnaamsendzimir verzinkt, ook gegalvaniseerd plaatstaal
Deklaagmassa (beide zijden)275 g/m², drievoudige meting minimum
Zinklaagdiktecirca 19 tot 20 µm per kant
Koolstof (C)max. 0,18 %
Mangaan (Mn)max. 1,20 %
Fosfor (P)max. 0,12 %
Zwavel (S)max. 0,045 %
Titaan (Ti)max. 0,30 %
Treksterkte (Rm)270 tot 500 MPa
Rek bij breuk (A80)min. 22 %
Dichtheid staalkern7,85 g/cm³
Gewicht bij 1,0 mm diktecirca 8,1 kg/m², inclusief 0,275 kg zink
Buitenlandse equivalentenASTM A653 CS Type B met G90, JIS G3302 SGCC, oude DIN 17162 St02Z
MagnetischJa, ferritisch koolstofstaal
Max. gebruikstemperatuur, continucirca 200 °C, begrensd door de zinklaag
Wij bewerken 1.0226 / DX51D +Z275 sendzimir met:LasersnijdenZetwerkVerspanenLassen

Eigenschappen van 1.0226 (DX51D +Z275) sendzimir verzinkt plaatstaal

1.0226 is zacht koolstofstaal met een zinkdeklaag erop, en alles wat dit materiaal onderscheidt zit in die deklaag. De band loopt continu door een bad met vloeibaar zink van ongeveer 450 graden en de laagdikte wordt bij het uittrekken met luchtmessen op maat geblazen, waardoor de deklaag via een dunne zink-ijzer-legeringszone met de kern vergroeit. Dat continu thermisch verzinken van bandstaal heet in de handel sendzimir, naar Tadeusz Sendzimir die het proces in de jaren dertig industrieel maakte. U ziet ook de spelling senzimir.

Het zink werkt op twee manieren: als barriere tegen vocht en zuurstof, en als offeranode. Zink staat onedeler dan ijzer, dus bij een kras of een snijkant gaat het zink in de omgeving in oplossing en blijft het blootliggende staal onaangetast. Dat is het verschil met een laklaag, want onder beschadigde lak kruipt roest door. Een Z275-laag overbrugt een onbedekte breedte tot ongeveer 1 tot 2 millimeter, en daarom hoeft een lasersnijkant in dun plaatwerk niet te worden nabehandeld.

Mechanisch is DX51D de zachtste van zijn reeks: treksterkte 270 tot 500 MPa en een rek bij breuk (A80) van minimaal 22 procent. EN 10346 geeft voor DX51D geen gegarandeerde rekgrens; in de praktijk meet u ruwweg 240 tot 320 MPa, maar constructief rekenen mag u daar niet op. Wilt u dat wel, dan gaat u naar de S-reeks uit dezelfde norm, dus S250GD tot S350GD. Tegenover blank koudgewalst DC01 levert u iets oppervlaktekwaliteit in en krijgt u een deklaag die buiten twintig jaar doorstaat.

Chemische samenstelling volgens EN 10346 (staalkern, maximumwaarden)

  • Koolstof (C): max. 0,18 %
  • Mangaan (Mn): max. 1,20 %
  • Fosfor (P): max. 0,12 %
  • Zwavel (S): max. 0,045 %
  • Titaan (Ti): max. 0,30 %
  • IJzer (Fe): rest
  • Deklaag: zink, minimaal 99 % Zn, met sporen aluminium in het bad voor de aanhechting

Dit zijn ruime maxima, want DX51D hoeft geen dieptrekgedrag te garanderen. Vanaf DX53D gaat het koolstofgehalte naar maximaal 0,12 procent, bij DX56D en DX57D naar IF-staal met circa 0,01 tot 0,02 procent.

Wat betekent DX51D+Z275-M-A-C precies?

DX51D is de staalkwaliteit: DX voor koudvervormbaar plaatstaal met deklaag, 51 als laagste vervormbaarheidstrap, D voor geschikt om door dompelen te worden bekleed. +Z275 is de deklaag: Z voor zuiver zink, 275 voor de minimale deklaagmassa in gram per vierkante meter over beide zijden samen. M is het oppervlaktevoorkomen, de geminimaliseerde zinkbloem; staat er N, dan is dat de normale, duidelijk zichtbare zinkbloemstructuur. A is de oppervlakteklasse, waarin kleine onregelmatigheden zijn toegestaan; B en C zijn strenger en bedoeld voor gelakt zichtwerk. De laatste C is de oppervlaktebehandeling: chemisch gepassiveerd tegen witte roest tijdens transport en opslag. Andere gangbare letters zijn O voor geolied, CO voor gepassiveerd en geolied, en U voor onbehandeld. Die laatste is de belangrijkste zodra er lak op moet, want een passiveringslaag is er juist op gericht dat niets aan het zink hecht.

Zinkbloem en witte roest

De zinkbloem is het kristalpatroon op verzinkt plaatwerk, de kristallisatie van het zink bij afkoelen; loodvrije baden geven een fijner patroon dan vroeger, en een extra koelstap levert de M-uitvoering die u onder lak niet terugziet. Witte roest is het tweede verschijnsel: blijft vers materiaal nat gestapeld staan, dan vormt zich tussen de platen een wit poederig zinkoxide, omdat er geen kooldioxide bij kan om de stabiele zinkcarbonaatlaag te vormen. Dat is cosmetisch, want er zit een fractie van een micrometer zink in; droog opslaan met tussenruimte voorkomt het. Bruine roest betekent wel dat het zink daar plaatselijk op is.

Fysische eigenschappen

Eigenschap Waarde
Dichtheid staalkern 7,85 g/cm³ oftewel 7.850 kg/m³
Dichtheid zink 7,14 g/cm³
Gewicht per m² bij 1,0 mm circa 8,1 kg, waarvan 0,275 kg deklaag
Elasticiteitsmodulus bij 20 °C 210 GPa
Smelttraject staalkern circa 1.480 tot 1.530 °C
Smeltpunt zink 419 °C
Kookpunt zink 907 °C
Max. gebruikstemperatuur, continu circa 200 °C
Magnetisch Ja, volledig

Twee getallen bepalen het gedrag. Zink kookt bij 907 graden, ruim onder het smelttraject van de staalkern, dus het verdampt voordat het staal begint te smelten; daarom vragen lassen en lasersnijden hier een eigen aanpak. En boven circa 200 graden wordt de zink-ijzer-legeringszone bros. Voor het gewicht van een staalplaat telt de deklaag mee: reken bij Z275 met 8,1 kg per vierkante meter per millimeter en niet met 7,85, en let erop dat de plaatdikte in EN 10346 inclusief de zinklaag is.

1.0226 / DX51D +Z275 sendzimir op maat laten bewerken?

Stuur uw tekening of vraag en u ontvangt snel een scherpe offerte, inclusief onze gratis maakbaarheidscontrole.

Sendzimir verzinkt of thermisch verzinkt: wat is het verschil?

Kort antwoord: er is geen verschil in proces, alleen in moment en laagdikte. Sendzimir is thermisch verzinken, maar continu op de staalband voordat er iets van gemaakt is, met circa 19 tot 20 micrometer zink per kant bij Z275. Wat men in de bouw thermisch of vuurverzinkt noemt, is stukverzinken volgens EN ISO 1461: het complete gelaste product na fabricage in een zinkbad dompelen, met 45 tot 85 micrometer als resultaat.

De keuze valt dus niet op materiaalniveau maar op procesniveau, en de vraag is: wordt er na het snijden en zetten nog doorgelast? Zo niet, dan is sendzimir bijna altijd de betere route, want de deklaag zit er al op, de snijkanten zijn kathodisch beschermd en er is geen vervorming door een thermisch bad. Wordt er wel volledig doorgelast, dan verdwijnt het zink in de naden en is stukverzinken achteraf logischer, met een twee tot vier keer dikkere laag.

Onze vuistregel: tot ongeveer 3 millimeter en bij werk dat vooral gezet en gepuntlast wordt, gaat het op sendzimir; zware constructies vanaf 4 millimeter met doorlopende naden gaan blank de deur uit en daarna naar de verzinkerij. Weet u niet aan welke kant uw product valt, geef dan bij uw aanvraag de omgeving, de gewenste levensduur en het aantal lasnaden door.

De Z-klassen: wat betekent Z100, Z140, Z200, Z275 en Z350?

Het getal achter de Z is de minimale deklaagmassa in gram per vierkante meter over beide zijden samen, als drievoudige-meting-minimum. Omrekenen naar laagdikte per kant gaat met de dichtheid van zink: deel door twee en daarna door 7,14. Z275 komt zo op 19,3 micrometer per kant.

Klasse Beide zijden Circa per kant Waar u het tegenkomt
Z100 100 g/m² 7 µm binnenwerk en werk dat toch gelakt wordt
Z140 140 g/m² circa 10 µm binnenwerk, kanaalwerk, beschut buiten
Z200 200 g/m² circa 14 µm buiten onder overstek, gevelonderdelen
Z275 275 g/m² circa 19 tot 20 µm standaard voor buiten, de gangbare voorraad
Z350 350 g/m² circa 24 tot 25 µm agrarisch, veehouderij, zwaardere belasting

Zink corrodeert lineair en voorspelbaar, dus de levensduur is de laagdikte gedeeld door de jaarlijkse afname per corrosiviteitsklasse uit ISO 9223. Die afname is 0,1 tot 0,7 micrometer per jaar in landelijk gebied (C2), 0,7 tot 2,1 in stedelijk of licht industrieel klimaat (C3), 2,1 tot 4,2 aan de kust of bij strooizout (C4) en 4,2 tot 8,4 in zwaar industrieel of marien klimaat (C5). Met circa 20 micrometer per kant houdt Z275 het dus 28 jaar en meer in C2, 10 tot 28 jaar in C3, 5 tot 10 jaar in C4 en 2 tot 5 jaar in C5. Daaruit blijkt waarom Z275 de standaard is.

Voor C4 en C5 is Z275 op zichzelf te licht. Daar kiest u Z350 met een lakstelsel erover, of u stapt over op een zink-aluminium-magnesium deklaag zoals Magnelis S250GD +ZM120, die bij minder laagdikte een hogere weerstand haalt.

DX51D, DX53D of DX56D: hoeveel vervormbaarheid heeft u nodig?

De DX-reeks in EN 10346 loopt van DX51D tot DX57D en zegt maar één ding: hoe diep u erin kunt vervormen. Het getal stijgt, de treksterkte zakt, de rek stijgt. Voor snijden, zetten en eenvoudig profileren is DX51D voldoende, en dat is ook de voorraadkwaliteit.

Soort Werkstofnr. Rekgrens Re Treksterkte Rm Rek A80 min. r90 min.
DX51D 1.0226 niet gespecificeerd 270 tot 500 MPa 22 % geen eis
DX52D 1.0350 140 tot 300 MPa 270 tot 420 MPa 26 % geen eis
DX53D 1.0355 140 tot 260 MPa 270 tot 380 MPa 30 % geen eis
DX54D 1.0306 120 tot 220 MPa 260 tot 350 MPa 36 % 1,6
DX56D 1.0322 120 tot 180 MPa 260 tot 350 MPa 39 % 1,9
DX57D 1.0853 120 tot 170 MPa 260 tot 350 MPa 41 % 2,1

DX55D staat ook in de norm maar wordt zelden aangeboden, dus in de praktijk gaat de sprong van DX54D naar DX56D. Vanaf DX54D gaat het om dieptrekken met gereedschap, en dan telt naast de rek de r-waarde: die zegt hoe goed het materiaal weerstand biedt in de dikte.

Sendzimir tegenover zincor, Magnelis en stukverzinken

Eigenschap DX51D +Z275 sendzimir DC01 +ZE zincor Magnelis +ZM120 Stukverzinkt na fabricage
Norm EN 10346 EN 10152 EN 10346 EN ISO 1461
Hoe aangebracht dompelen, op de band galvanisch, op de band ZnAlMg-bad, op de band dompelen na zetten en lassen
Laagdikte per kant circa 19 tot 20 µm circa 2,5 tot 7,5 µm circa 10 µm 45 tot 85 µm
Oppervlak zinkbloem zichtbaar glad en egaal mat donkergrijs grof, druiprand mogelijk
Snijkant kathodisch beschermd beperkt, laag is dun beschermd, sluit zichzelf volledig bedekt
Direct lakbaar nee, passivering eraf ja, na ontvetten beperkt nee, sweepstralen

De keuze tussen sendzimir en DC01 +ZE (zincor) gaat over lak en oppervlak, niet over corrosie: zincor heeft een dunnere maar gladdere laag en is de klassieke ondergrond voor poederlak binnen. Sendzimir is de keuze zodra het onbeschermd buiten hangt.

Gratis controle
& advies

In-house glasparelen, poedercoaten en stralen.

Alle metaalsoorten beschikbaar

Sendzimir verzinkt plaatstaal bewerken

Lasersnijden

DX51D +Z275 laat zich met de fiberlaser goed snijden en de gangbare diktes van 0,5 tot 3 millimeter gaan snel door de machine. Het zink verdampt bij 907 graden, dus rond de snede verdwijnt de deklaag over een smalle zone en slaat zinkdamp aan de onderkant neer als lichte aanslag. Dat tast de kathodische bescherming niet aan, want die strook wordt door het omliggende zink overbrugd. Wel vraagt de zinkdamp om goede afzuiging en vaker schoonmaken van het beschermglas, en blijft er onder iets meer braam aanhangen. Snijwerk gaat standaard binnen 72 uur de deur uit.

Zetten en kanten

Hier is DX51D voor gemaakt. Met minimaal 22 procent rek bij breuk is het goed te zetten, en de zinklaag volgt de vervorming zonder los te laten omdat hij metallurgisch met de kern verbonden is. Aan de buitenkant van een scherpe zetting kunnen fijne haarscheurtjes in het zink ontstaan; geen defect, want ze zijn smaller dan wat de kathodische bescherming overbrugt. Wij houden als buigradius minimaal een keer de plaatdikte aan en voor de uitslag een K-factor rond 0,40 tot 0,45. Let bij zichtwerk op afdrukken van gereedschap, want de zachte zinklaag markeert sneller dan blank staal.

Lassen

Verzinkt plaatstaal is te lassen, maar niet zoals blank staal, om twee redenen. De naadkwaliteit: zink verdampt bij 907 graden en komt als gas in het smeltbad, wat poreusheid, gaatjes en veel spatten geeft. En de gezondheid: zinkoxiderook veroorzaakt metaaldampkoorts, met griepachtige klachten die pas enkele uren na het werk opkomen. Bronafzuiging is daarom geen optie maar een eis; de grenswaarde ligt in de orde van 5 milligram per kubieke meter als achtuursgemiddelde.

Onze werkwijze: waar mogelijk puntlassen of MIG-lassen met een iets hogere boogspanning en lagere voortloopsnelheid, zodat het zink vooruit verdampt in plaats van in het bad te blijven. Bij doorlopende naden schuren wij het zink 10 tot 20 millimeter aan weerszijden weg, lassen blank en herstellen de deklaag met een zinkrijke primer met minimaal 80 procent zink in de droge laag of met thermisch gespoten zink. Bij weerstandlassen is een hogere stroom nodig en slijten de elektroden sneller. Voor constructief werk lassen wij gecertificeerd volgens EN 1090.

Verspanen, boren en ponsen

De staalkern is zacht en laat zich zonder bijzonderheden verspanen, boren en ponsen. Het aandachtspunt is het zink: het is week in de snede en vraagt scherpe boren en voldoende toerental in plaats van veel voedingsdruk. Een geboord gat blijft aan de gatwand onbedekt, en ook daar overbrugt de kathodische bescherming die paar tiende millimeter; bij plaat dikker dan ongeveer 3 millimeter of bij schroefdraad is een zinkrijke reparatieprimer verstandig.

Poederlakken en natlakken

Verzinkt en gelakt samen heet een duplexsysteem, en de levensduur daarvan is ongeveer anderhalf tot tweeënhalf keer de som van de twee losse levensduren: de lak schermt het zink af en het zink beschermt de lak van onderaf tegen onderkruipende roest. De voorbehandeling is de voorwaarde, en juist daar gaat het bij sendzimir mis. De chemische passivering uit de C-aanduiding is er op gezet om aanhechting te voorkomen, dus die moet eraf. Wij doen dat met sweepstralen, licht stralen onder een vlakke hoek met fijn korund, waarbij de passivering verdwijnt zonder verlies van laagdikte; alternatief is alkalisch ontvetten met een adhesieprimer. Let ook op uitgassing: bij het uitharden kan gas uit de zinklaag als speldenprikjes in de lak zichtbaar worden. Bestel gelakt werk daarom bij voorkeur onbehandeld, dus in de U-uitvoering.

Combineren met RVS en aluminium

Zet u verzinkt staal en roestvast staal in een vochtige omgeving tegen elkaar, dan ontstaat een galvanisch koppel waarin het zink de anode is. Het zink lost dan versneld op, en juist rond de bevestiging: een A2- of A4-bout in verzinkt plaatwerk buiten vreet de zinklaag rond het gat in enkele jaren weg. Combineer daarom niet zonder maatregel met RVS 304 of 316, of scheid de materialen met een kunststof ring, tape of lakscheiding. Een groot RVS-oppervlak op een kleine verzinkte moer is het slechtste geval; verzinkt staal en aluminium verdragen elkaar beter.

Toepassingen van DX51D +Z275

  • Behuizingen en kasten die buiten staan: techniekkasten, laadpuntbehuizingen en omkastingen die zonder lak jaren mee moeten.
  • Frames en draagconstructies: gezette profielen, consoles en montageplaten waar corrosiebescherming meteen mee moet komen.
  • Land- en tuinbouw: omkastingen, schotten en machinedelen in de land- en tuinbouw, waar mest en reinigingsmiddelen om Z275 of Z350 vragen.
  • Transport en carrosserie: bodemplaten, vloerdelen en spatborddelen voor de transportsector, waar strooizout het bepalende risico is.
  • Luchtbehandeling: kanalen, plena en dakdoorvoeren, doorgaans in Z140 of Z200 omdat het binnen blijft.
  • Bouw en gelakt zichtwerk: montageprofielen, ophangbeugels, dakranden en panelen waarbij de zinklaag de tweede linie onder de poederlak is.

Verzinkt plaatstaal op maat laten snijden en zetten

Van Hengstum Metaal bewerkt sendzimir verzinkt plaatstaal volledig in eigen huis in Soest: snijden met de fiberlaser, zetten op CNC-kantbanken, gecertificeerd lassen volgens EN 1090, verspanen en eindafwerking tot en met sweepstralen en poedercoaten. Doordat de hele keten onder een dak zit zijn de doorlooptijden kort, met snijwerk binnen 72 uur en 99% leverbetrouwbaarheid. Wij werken op plaat en plaatwerkconstructies; buis, profiel en verzinkt bevestigingsmateriaal horen bij een handelsvoorraad en leveren wij niet uit voorraad.

Wij leveren enkelstuks, prototypes en series. Voordat er iets wordt geproduceerd controleren wij uw tekening gratis op maakbaarheid en denken wij mee over deklaagklasse, plaatdikte, zetradius en de vraag of uw product beter op sendzimir of blank met stukverzinken achteraf gemaakt wordt. Geef bij de aanvraag door in welke omgeving het product komt te hangen, of er gelakt wordt en of u een 3.1-materiaalcertificaat nodig hebt. Vraag vrijblijvend een offerte aan en stuur uw tekening of DXF mee.

Veelgestelde vragen over 1.0226 / DX51D +Z275 sendzimir

Wat is sendzimir verzinkt plaatstaal (1.0226 / DX51D +Z275)?

Sendzimir verzinkt plaatstaal is staalband die continu door een bad met vloeibaar zink van ongeveer 450 graden is getrokken, zodat de deklaag metallurgisch met de kern is verbonden. De officiele aanduiding is DX51D +Z275 volgens EN 10346, werkstofnummer 1.0226. De naam komt van Tadeusz Sendzimir, die dit continue proces in de jaren dertig industrieel maakte; u ziet ook de spelling senzimir. De staalkern is zacht koolstofstaal met 270 tot 500 MPa treksterkte en minimaal 22 procent rek bij breuk.
Ja, het is thermisch verzinken, maar op een ander moment en met een andere laagdikte. Bij sendzimir gaat de staalband continu door het zinkbad voordat er iets van gemaakt is, met circa 19 tot 20 micrometer per kant bij Z275. Wat men in de bouw thermisch of vuurverzinkt noemt, is stukverzinken volgens EN ISO 1461: het gelaste product wordt na fabricage gedompeld, met 45 tot 85 micrometer als resultaat. Sendzimir is de keuze bij gezet en gepuntlast plaatwerk, stukverzinken bij zware doorgelaste constructies.
Z275 betekent minimaal 275 gram zink per vierkante meter over beide zijden samen, als drievoudige-meting-minimum. Met de dichtheid van zink van 7,14 g/cm3 komt dat neer op circa 19 tot 20 micrometer per kant. De gangbare klassen in EN 10346 zijn Z100 (circa 7 micrometer per kant), Z140 (circa 10), Z200 (circa 14), Z275 (circa 19 tot 20) en Z350 (circa 24 tot 25). Z275 is de standaard voor buiten; Z100 en Z140 zijn voor binnenwerk of voor werk dat toch gelakt wordt.
Drie kenmerken van het oppervlak. De M staat voor geminimaliseerde zinkbloem, het kristalpatroon dat door extra koelen fijn is gehouden; staat er een N, dan is het de normale, duidelijk zichtbare zinkbloem. De A is de oppervlakteklasse, waarin kleine onregelmatigheden zijn toegestaan; B en C zijn strenger en bedoeld voor gelakt zichtwerk. De laatste C is de oppervlaktebehandeling: chemisch gepassiveerd tegen witte roest. Die passivering hindert lakaanhechting, dus voor gelakt werk bestelt u beter de onbehandelde U-uitvoering.
Het staal roest niet zolang er zink op zit, en het zink lost langzaam en voorspelbaar op. Reken met de zinkafname per omgeving: landelijk (C2) 0,1 tot 0,7 micrometer per jaar, stedelijk of licht industrieel (C3) 0,7 tot 2,1, aan de kust of bij strooizout (C4) 2,1 tot 4,2. Met circa 20 micrometer per kant houdt Z275 het in C3 dus zo’n 10 tot 28 jaar. Het witte poeder op vers materiaal is witte roest, zinkoxide door nat gestapelde opslag, en dat is cosmetisch. Bruine roest betekent dat het zink daar plaatselijk op is.
Lassen kan, met twee voorbehouden. Zink verdampt bij 907 graden, ver onder het smeltpunt van staal, en komt als gas in het smeltbad terecht: dat geeft poreuze naden, gaatjes en veel spatten. Werk daarom met een iets hogere boogspanning en lagere voortloopsnelheid, of schuur het zink 10 tot 20 millimeter aan weerszijden weg en herstel de deklaag met een zinkrijke primer met minimaal 80 procent zink. Zinkoxiderook veroorzaakt bovendien metaaldampkoorts. Bronafzuiging is verplicht; de grenswaarde ligt in de orde van 5 milligram per kubieke meter.
Die kant blijft beschermd, en dat is de kern van kathodische bescherming. Zink staat onedeler dan ijzer, dus in aanwezigheid van vocht lost het zink naast de kant op en blijft het blootliggende staal onaangetast. In de praktijk overbrugt een Z275-deklaag een onbedekte breedte tot ongeveer 1 tot 2 millimeter, waardoor lasersnijkanten, ponsgaten en boorgaten in plaat tot circa 3 millimeter geen nabehandeling nodig hebben. Bij dikkere plaat tekent zich op termijn een bruine lijn af; werk daar met een zinkrijke reparatieprimer.
Ja, en verzinkt met lak erover is als duplexsysteem circa anderhalf tot tweeënhalf keer zo lang houdbaar als de twee losse levensduren bij elkaar. De voorbehandeling is beslissend. De C in DX51D+Z275-M-A-C staat voor chemisch gepassiveerd, en die laag is er op gericht dat niets aan het zink hecht, dus die moet eerst weg: sweepstralen met fijn korund onder een vlakke hoek, of alkalisch ontvetten met een adhesieprimer. Let ook op uitgassing tijdens het moffelen, wat speldenprikjes in de lak geeft. Bestel gelakt werk bij voorkeur onbehandeld.
Alleen de vervormbaarheid. DX51D heeft 270 tot 500 MPa treksterkte, een rek A80 van minimaal 22 procent en geen gegarandeerde rekgrens; dat is voldoende voor snijden, zetten en eenvoudig profileren en het is de voorraadkwaliteit. DX53D zit op 270 tot 380 MPa met minimaal 30 procent rek en een rekgrens van 140 tot 260 MPa, bedoeld voor dieptrekken. DX56D gaat naar 260 tot 350 MPa met minimaal 39 procent rek en een r-waarde van minimaal 1,9. Hoe hoger het getal, hoe zachter en trekbaarder.
De deklaag en de laagdikte. Sendzimir (DX51D +Z275) is thermisch verzinkt met circa 19 tot 20 micrometer zuiver zink per kant en is de standaard voor onbeschermd buitengebruik. Zincor (DC01 +ZE volgens EN 10152) is elektrolytisch verzinkt met circa 2,5 tot 7,5 micrometer per kant, gladder maar te dun voor buiten, en daarmee de klassieke ondergrond voor poederlak binnen. Magnelis (S250GD +ZM120) heeft een zink-aluminium-magnesium deklaag van circa 10 micrometer die aan snijkanten zelf dichtgroeit. Van Hengstum Metaal snijdt en zet alle drie in Soest.